Verklaring geen bedenkingen raad: ook weigeren ogv natuurbelangen?

De AbRvS heeft deze vraag beantwoord in de uitspraak van 19 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:95. De procedure draait om een om omgevingsvergunning van het college van Berkelland waarbij een vergunning is verleend voor het ruimtelijk mogelijk maken en het bouwen van een bedrijfswoning met bijgebouw, zeugenstal, kraamzeugenstal, biggenstal, werktuigenberging, het aanleggen van een uitrit en het veranderen, uitbreiden en in werking hebben van een varkenshouderij. Deze vergunning is blijkbaar verleend zonder verklaring van geen bedenkingen (hierna: vvgb) van de raad, terwijl dat wel had gemoeten. Na verlening van de omgevingsvergunning heeft de raad alsnog besloten geen vvgb te verlenen omdat de plannen voor grote onrust in de directe omgeving zorgen. Verder is overwogen dat het project, gelet op de omvang en de milieuaspecten ervan, in de omgeving niet wenselijk is, en dat het bouwplan in strijd is met een goede ruimtelijke ordening omdat het slopen van de bestaande woonboerderij tot overtreding van de Flora- en faunawet (hierna: de Ffw) leidt. In de rechtbankfase is dit standpunt nog eens door de raad bevestigd, waarna het college de omgevingsvergunning alsnog heeft geweigerd.

Ondanks dat de Ffw inmiddels is vervangen door de NB-wet, blijven deze overwegingen ook van belang voor het aanhaken van vergunningen die onder de NB-wet worden verleend. De vraag die in deze procedure aan de orde is, is de vraag of de weigering de vvgb te verlenen terecht is gebaseerd op, onder meer, de vaststelling dat de sloopactiviteiten in strijd zijn met de Ffw. De vvgb is namelijk nodig in verband met het afwijken van het bestemmingsplan en niet in verband met de sloopactiviteiten.

De Afdeling overweegt dat vvgb is vereist voor de activiteiten bouwen en gebruik in afwijking van het bestemmingsplan en niet voor het slopen. Alleen daarom bestaat, volgens de Afdeling, tussen de gevraagde activiteiten en de sloopactiviteiten geen onlosmakelijke samenhang als bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, van de Wabo. De weigering de vvgb te verlenen kon niet zijn gebaseerd op de vaststelling dat de sloopactiviteiten strijd opleveren met de Ffw. Hoewel ik begrijp dat de ruimtelijke afweging van de raad niet alleen kan zijn gebaseerd op de Ffw aspecten, komt bij mij wel de vraag op of de Afdeling terecht constateert dat de reden hiervoor zou liggen in de onlosmakelijkheidsdiscussie. Immers, de onlosmakelijkheid van 2 vergunningen wordt niet bepaald door een juridische toets (de vraag of het slopen in afwijking van het bestemmingsplan plaatsvindt), maar door een feitelijke toets, de vraag of met 1 handeling meerdere vergunningplichten ontstaan. Hoe dan ook een lezenswaardige uitspraak, die mogelijk nog wel een vervolg krijgt.

Voor meer informatie over deze uitspraak kunt u contact opnemen met Janike


Sluit je aan bij de
800+ abonnees 
en schrijf je in voor de
wekelijkse Omgevingsflits:

Volg ons:

© SAM advocaten. powered by Webconfetti.