Toetsing ex tunc of ex nunc en overgangsperikelen

In de uitspraak van de AbRvS van 1 oktober 2014, 201400608/1/A1 speelt de vraag aan welke versie van het Bouwbesluit en welk bestemmingsplan een vergunning moet worden getoetst. Op zich biedt de uitspraak geen nieuwe inzichten, maar de toetsingskaders worden heel prettig uitgeschreven. Reden waarom deze is opgenomen.

De AbRvS stelt allereerst vast dat de toetsing van op een aanvraag om een bouwvergunning ex nunc moet gebeuren. In principe moet het recht worden toegepast zoals dat op het moment van de beslissing op de aanvraag geldt. De Afdeling verwijst naar haar uitspraak van 16 januari 2013, 201204756/1/A1. Dit uitgangspunt kent één uitzondering. Deze komt aan de orde als ten tijde van de indiening van de bouwaanvraag het bouwplan in overeenstemming was met het toen geldende bestemmingsplan. Indien op dat moment geen voorbereidingsbesluit voor een nieuw bestemmingsplan van kracht was dan wel een nieuw bestemmingsplan ter inzage was gelegd, waarmee dat bouwplan in strijd was, dan wordt de aanvraag aan het bestemmingsplan getoetst zoals dat gold ten tijde van het indienen van de aanvraag.

Echter, voor de toets aan het Bouwbesluit ligt dat in dit geval anders. Op grond van artikel 9.1, eerste lid, van het Bouwbesluit 2012 blijven op een aanvraag, ingediend voor het tijdstip van inwerkingtreding van het besluit, de voorschriften van het Bouwbesluit 2003 van toepassing. Ondanks dat ten tijde van de beslissing op bezwaar het Bouwbesluit 2012 in werking was, moet de aanvraag worden getoetst aan het Bouwbesluit 2003.


Sluit je aan bij de
800+ abonnees 
en schrijf je in voor de
wekelijkse Omgevingsflits:

Volg ons:

© SAM advocaten. powered by Webconfetti.