Toelaatbaarheid tijdelijke bestemming (art. 3:2 Wro)

In de uitspraak van de AbRvS van 17 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:379, is het bestemmingsplan Cantineweg 2013 aan de orde. In dit plan wordt voorzien in de openstelling als bovenlokale ontsluiting van genoemde weg tot 31 maart 2016. Na dat moment is de weg bestemd als ontsluitingsweg voor de aangelegen gronden en als verblijfsgebied. De weg is al sinds 2004 als bovenlokale ontsluitingsweg opengesteld. Bovendien is het college van burgemeester en wethouders voornemens om een tijdelijke omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan te verlenen om de weg langer open te stellen als bovenlokale ontsluitingsweg.

De tegenstanders bestrijden onder meer de uitvoerbaarheid van de definitieve bestemming.

De raad heeft toegelicht dat niet is gekozen voor een definitieve bestemming omdat de Cantineweg niet de voorkeur verdient voor de genoemde functie. Ook heeft de raad bij de tijdelijke bestemming betrokken dat er inderdaad een tijdelijke omgevingsvergunning wordt verleend zolang geen alternatieve ontsluiting beschikbaar is. Ter zitting heeft de raad toegezegd dat de Cantineweg in elk geval binnen een planperiode van tien jaar zijn tijdelijke bestemming als bovenlokale ontsluitingsweg zal verliezen. De Afdeling ziet daarin geen aanleiding voor het oordeel dat de definitieve bestemming niet uitvoerbaar is.

In de passende beoordeling die is opgesteld om de effecten van de tijdelijke ontsluiting in kaart te brengen, wordt rekening gehouden met instandhoudingsmaatregelen. Dat gaat op zichzelf goed, zij het dat de instandhoudingsmaatregelen slechts op een beperkt deel van het beïnvloede gebied worden uitgevoerd. De passende beoordeling bevat geen informatie over de gevolgen van de stikstofdepositie vanwege de Cantineweg voor de habitattypen “grijze duinen, kalkrijk” en “grijze duinen, kalkarm”, waar geen instandhoudingsmaatregelen zijn uitgevoerd. Omdat de gevolgen per habitattype en per locatie van voorkomen van dit habitattype niet in kaart gebracht is, berust de besluitvorming niet op een draagkrachtige motivering. Het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan wordt vernietigd.

Het gaat in de uitspraak van de AbRvS van 17 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:381, wél goed voor de Nbw- vergunning die is verleend voor de tijdelijke openstelling van de Cantineweg als bovenlokale ontsluitingsweg. Hier komt aan de orde dat slechts ongeveer voor de helft van het beïnvloede gebied maaibeheer zal worden uitgevoerd, terwijl ter beperking van de negatieve effecten van de toename van de stikstofdepositie tevens elders in dit gebied gemaaid zou moeten worden. Het college heeft hierop gesteld dat in de overige delen van het beïnvloede gebied geen gras aanwezig is, zodat het maaibeheer ter plaatse niet mogelijk is. De Afdeling twijfelt niet aan deze stelling en is van oordeel dat het betoog van appellante faalt. De Nbw-vergunning blijft dus wel in stand.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Susan


Sluit je aan bij de
800+ abonnees 
en schrijf je in voor de
wekelijkse Omgevingsflits:

Volg ons:

© SAM advocaten. powered by Webconfetti.