Tegenstrijdige deskundigenadviezen Flora en Fauna

In de uitspraak van de AbRvS van 12 november 2014, nr. 201302907/1/A3 is een ontheffing op grond van de Flora en Fauna wet aan de orde. Op één aspect van deze uitspraak wordt ingegaan, namelijk op het betoog van appellante dat ondeugdelijk onderzoek is verricht naar de aanwezige diersoorten en de effecten van de werkzaamheden op die diersoorten in het plangebied en op het aansluitende landgoed. Ter ondersteuning hiervan heeft appellante een deskundig tegenonderzoek overgelegd van Els & Linde. Opnieuw blijkt dat (de deskundige van) appellante van goeden huize moet komen om de ondeugdelijkheid van een onderzoek (van Van den Bijtel) aan te tonen.

De Afdeling begint met de verwijzing naar zijn eerdere uitspraak van 7 november 2012, nr. 201201434/1/A3 en stelt vast dat niet in geschil is dat zowel Van den Bijtel als Els & Linde deskundig zijn. Naar het oordeel van de Afdeling is de stelling dat bij de onderzoeken niet de juiste procedures is gevolgd, op zichzelf onvoldoende voor het oordeel dat die onderzoeken niet zorgvuldig zijn verricht. De onderzoeken moeten op hun eigen merites worden beoordeeld.

In dit geval acht de Afdeling het van belang dat de onderzoeken van Van den Bijtel ruim van opzet zijn wat betreft de inspanning en de grootte van het onderzoeksgebied. Er is onderzoek uitgevoerd op een groot aantal momenten in het actieve seizoen van verschillende soorten, en aldus is een voldoende grote onderzoeksinspanning verricht om de aanwezigheid van de verschillende diersoorten in het plangebied vast te stellen. Dat bijvoorbeeld de steenuil het beste is te inventariseren in de periode tot half april, neemt niet weg dat de aanwezigheid van deze soort ook daarbuiten kan worden vastgesteld. Bovendien waren de soortenstandaards ten tijde van de door Van den Bijtel verrichte onderzoeken nog niet beschikbaar.

Verder lijkt ook essentieel dat door Els & Linde niet is aangetoond dat nog andere dan de geïnventariseerde soorten en zo ja welke in het plangebied aanwezig zijn. Er is dus geen grond voor het oordeel dat aan de onderzoeken die ten grondslag liggen aan de besluitvorming, ernstige gebreken kleven.

Voor meer informatie over deze uitspraak kunt u contact opnemen met Susan.


Sluit je aan bij de
800+ abonnees 
en schrijf je in voor de
wekelijkse Omgevingsflits:

Volg ons:

© SAM advocaten. powered by Webconfetti.