Spuitzones: ingewikkeld blijft het (of toch niet?)

5 november 2021

Tegen de Posbank aan gelegen ligt de Lentsesteeg. Er bevindt zich daar onder meer een agrarische bedrijf. In ruil voor een beëindiging en sloop, mogen een paar woningen worden gebouwd. Een nabijgelegen boomkweker vreest voor beperkingen in zijn bedrijfsvoering. Met name voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Nu is vaste rechtspraak dat een afstand van 50 meter tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt niet onredelijk wordt geacht. Daarbij wordt gemeten vanaf de laatste bomenrij van de kwekerij tot de grens van de gronden met de bestemming Wonen. Wordt de afstand geringer, dan moet de verkleining deugdelijk worden gemotiveerd.

Gebruikelijk is dat er onderzoek wordt gedaan. Zo ook hier. Daarbij is echter gebruik gemaakt van modellen waar de Afdeling al eerder van gezegd heeft dat die niet voldoen (PRI-rapport 441 uit 2012 en PRI-rapport 609 uit 2015). Wij hebben in de flits eerder aandacht besteed aan deze uitspraken van resp. 6 juni 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:1741) en 16 december 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:3018). De conclusie van de Afdeling (3 november 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2432) is dan ook niet verrassend: huiswerk voor de gemeenteraad. Wat wel vermeldenswaardig is, is de opdracht die de gemeenteraad krijgt. De gemeenteraad moet locatiespecifiek onderzoek doen en bij dat onderzoek moet rekening worden gehouden met de verplichting voor de boomkwekerij dat tenminste 75% driftreductie moet worden gerealiseerd. Dit volgt uit artikel 3.80a van het Activiteitenbesluit (en straks uit artikel 4:723a Besluit activiteiten leefomgeving e.v.).

Voor meer informatie over deze uitspraak kunt u contact opnemen met Eelco


Sluit je aan bij de
800+ abonnees 
en schrijf je in voor de
wekelijkse Omgevingsflits:

Volg ons:

© SAM advocaten. powered by Webconfetti.