Procesbesluit VvE verduidelijkt

14 januari 2022

De uitspraak van de AbRvS 12 januari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:71 is interessant vanwege de overwegingen over de procesbevoegdheid van een VvE. De rechtbank heeft het beroep van de VvE niet-ontvankelijk verklaard, omdat een machtiging van de vergadering van de VvE ontbreekt voor het instellen van beroep, zodat de bestuurder niet namens de VvE was gemachtigd beroep in te stellen.

De Afdeling ziet aanleiding om in deze uitspraak te verduidelijken wat de gevolgen zijn van een mogelijk gebrek in de vertegenwoordigingsbevoegdheid van de persoon die namens een VvE beroep heeft ingesteld.

Voor een vereniging als bedoeld in titel 2 van Boek 2 van het BW geldt dat de bestuursrechter niet treedt in de vraag of aan het instellen van het beroep een rechtsgeldig besluit van het bevoegde orgaan van de betreffende vereniging ten grondslag ligt. Op grond van art. 2:45 lid 3 BW kan een voorwaarde voor de bevoegdheid tot vertegenwoordiging die aan het bestuur of een bestuurder toekomt slechts door de vereniging en niet door derden worden ingeroepen. Als niet duidelijk is of de algemene vergadering toestemming heeft gegeven voor het instellen van beroep, betekent het daarom niet dat het beroep, niet-ontvankelijk is (vergelijk de uitspraken van 12 mei 2000, ECLI:NL:RVS:2000:AA6357 en 3 april 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BZ7611).

Artikel 2:45, derde lid, BW is niet van toepassing op een Vereniging van Eigenaars. In geval van een Vereniging van eigenaars staat de wet er dus niet aan in de weg dat interne afspraken, waaronder die over de vertegenwoordigingsbevoegdheid, ook ingeroepen worden door anderen dan de vereniging. Dit betekent dat de bestuursrechter in het kader van de beoordeling van de ontvankelijkheid van een beroep van een Vereniging van Eigenaars, wanneer een partij stelt dat aan het instellen van beroep geen rechtsgeldig intern besluit ten grondslag ligt, moet onderzoeken of een rechtsgeldig intern besluit van de vereniging is genomen.

Indien geen rechtsgeldig intern besluit ten grondslag ligt aan het beroep van een Vereniging van Eigenaars, moet de vereniging op grond van artikel 6:6, onder a, van de Awb in de gelegenheid worden gesteld dit gebrek te herstellen voordat het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard. De termijn hiervoor is in beginsel vier weken.

Voor meer informatie over deze uitspraak kunt u contact opnemen met Janike


Sluit je aan bij de
800+ abonnees 
en schrijf je in voor de
wekelijkse Omgevingsflits:

Volg ons:

© SAM advocaten. powered by Webconfetti.