Planschade: richtinggevende uitspraak over het normaal maatschappelijk risico

12 november 2021

De uitspraak van de AbRvS van 3 november 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2402 (planschade Zundert) borduurt voort op de overzichtsuitspraak van de AbRvS van 28 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2582 (planschade Zutphen). In de uitspraak Zutphen gaf de Afdeling een overzicht van alle aspecten, die een rol spelen bij de beoordeling van verzoeken om planschade. De uitspraak Zundert van 3 november 2021 zoomt in op één aspect ‘het normaal maatschappelijk risico’ (NMR).

Sinds 2012 hanteert de Afdeling een standaardoverweging voor de beoordeling van de omvang van het NMR (ECLI:NL:RVS:2012:BV7254). Vanwege de omvang daarvan nemen wij deze hier niet integraal op. In de onderhavige uitspraak geeft de Afdeling handvatten voor het bepalen van de hoogte van de drempel, die volgens vaste rechtspraak, tot op heden tussen de 2% en 5% ligt. Hieronder is de relevante rechtsoverweging geciteerd:

‘Indien de ontwikkeling naar haar aard en omvang binnen de ruimtelijke structuur van de omgeving en het gedurende een reeks van jaren gevoerde ruimtelijke beleid past, mag het bestuursorgaan een drempel van 5 procent van de waarde van de onroerende zaak toepassen. Indien aan één van beide indicatoren maar voor een deel wordt voldaan, is het hanteren van een drempel van 4 procent in beginsel aangewezen. Indien aan één van beide indicatoren in zijn geheel niet wordt voldaan of indien aan beide indicatoren deels wordt voldaan, is het hanteren van een drempel van 3 procent in beginsel aangewezen. Indien slechts aan één van beide indicatoren voor een deel wordt voldaan, of indien aan beide indicatoren in het geheel niet wordt voldaan, is in beginsel het toepassen van het minimumforfait van 2 procent, zoals bedoeld in artikel 6.2, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wro aangewezen.’

Als wij het goed zien, dan zit er een onvolkomenheid in het tweede ‘handvat’. De Afdeling overweegt in het tweede handvat dat als aan één van beide indicatoren maar voor een deel wordt voldaan, het hanteren van een drempel van 4% is aangewezen. In het vierde handvat wordt overwogen, dat als slechts aan één van beide indicatoren voor een deel wordt voldaan, in beginsel het minimumforfait van 2% is aangewezen. De Afdeling heeft vermoedelijk met het tweede handvat beoogd te stellen, dat als aan één indicator volledig is voldaan én aan de andere indicator slechts deels, het hanteren van een drempel van 4% is aangewezen. Zo staat het er echter niet. En andere lezing is echter niet goed voorstelbaar.

Voor meer informatie over deze uitspraak kunt u contact opnemen met Ineke


Sluit je aan bij de
800+ abonnees 
en schrijf je in voor de
wekelijkse Omgevingsflits:

Volg ons:

© SAM advocaten. powered by Webconfetti.