Ontheffing Wnb, borging mitigerende maatregelen en alternatieve oplossing?

In de uitspraak van de AbRvS van 6 april 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1006, is aan de orde een ten behoeve van een integrale gebiedsontwikkeling aan beide zijden van de A59 vanaf Waalwijk tot aan ’s-Hertogenbosch, die mogelijk is gemaakt in een inpassingsplan, verleende ontheffing ingevolge de Wnb.

De ontheffing is geweigerd voor het overtreden van het verbod om de bunzing, hermelijn en wezel opzettelijk te vangen of te doden. De voorgenomen mitigerende maatregelen zijn voldoende om een overtreding van de verbodsbepaling te voorkomen, zodat een ontheffing van dat verbod niet nodig is.

Appellante heeft in beroep onder meer aangevoerd dat in de voorschriften van de ontheffing moet worden gewaarborgd dat de mitigerende maatregelen worden uitgevoerd vóórdat het leefgebied van de soorten ongeschikt wordt gemaakt. De voorgestelde wijze van uitvoering van het project betekent dat tijdens de realisatiefase tijdelijk een verlies van leefgebied van de bunzing, hermelijn en wezel plaatsvindt. Dit tijdelijke verlies van leefgebied heeft volgens het Activiteitenplan geen gevolgen voor deze soorten. Het gaat niet om een significant verlies van essentieel leefgebied.

De Afdeling is van oordeel dat de ontheffing op het Activiteitenplan mocht worden gebaseerd. Dit betekent dat de Afdeling appellante in dit geval niet volgt in haar standpunt dat het college de ontheffing niet kon verlenen zonder voor te schrijven dat de aantasting van het leefgebied pas is toegestaan als de nieuwe leefgebieden functioneel zijn en de faunatunnels zijn gerealiseerd.

Appellante doet ook een beroep op het feit dat sprake is van een andere bevredigende oplossing. Ter zitting heeft het college gesteld dat de vraag of geen andere bevredigende oplossing bestaat in deze procedure niet meer aan de orde kan komen, omdat bij het inpassingsplan al een alternatievenafweging is gemaakt. De Afdeling deelt dit standpunt, dat het college afleidt uit de uitspraak van 8 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1491, niet. In die uitspraak (r.o. 2.2.) zijn de beroepsgronden besproken tegen de uitspraak van de rechtbank dat het bestuursorgaan in dat geval terecht heeft gesteld dat geen andere bevredigende oplossing bestaat. Daarbij is overwogen dat het bestuursorgaan voor de motivering dat geen andere bevredigende oplossing bestaat gebruik kan maken van de beoordelingen en afwegingen die in het kader van een bestemmingsplan zijn gemaakt. De vraag of er geen andere bevredigende oplossing bestaat kan dus op zichzelf nog in het kader van de ontheffing aan de orde komen.

Verder, zoals de Afdeling meermalen heeft overwogen moet de vraag of geen andere bevredigende oplossing bestaat worden afgezet tegen het doel van de ingreep (bijv. AbRvS 10 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:335, r.o. 9.2.1). Het college heeft in dit geval terecht bezien of er een andere bevredigende oplossing bestaat waarmee het doel van de gebiedsontwikkeling kan worden bereikt, die geen of een geringere aantasting van de potentiële habitat van de bunzing, hermelijn en wezel veroorzaakt. Het college heeft daarvoor gebruik kunnen maken van de informatie uit de onderzoeken naar alternatieven die zijn gedaan voor de provinciale inpassingsplannen. Omdat de door appellante genoemde varianten onvoldoende bijdragen aan het bereiken van het doel heeft het college terecht gesteld dat die varianten niet zijn te duiden als een andere bevredigende oplossing.

Voor meer informatie over deze uitspraak kunt u contact opnemen met Susan


Sluit je aan bij de
800+ abonnees 
en schrijf je in voor de
wekelijkse Omgevingsflits:

Volg ons:

© SAM advocaten. powered by Webconfetti.