Conclusie over delegatie bij bestemmingsplan met verbrede reikwijdte

In 2018 stelde de raad van de gemeente Boekel een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte vast voor het buitengebied. Met zo’n bestemmingsplan mag een gemeente alvast experimenteren met de mogelijkheden van de nieuwe Omgevingswet. De gemeenteraad van Boekel nam ook een delegatiebesluit. Hierbij draagt de gemeenteraad de bevoegdheid om het bestemmingsplan te herzien, over aan het college van burgemeester en wethouders. Het college van burgemeester en wethouders stelde daarna de zogenoemde Veegplannen 5 en 7 vast. Daarmee is het bestemmingsplan voor het buitengebied van Boekel herzien. Deze plannen maken onder meer een ruiterhotel mogelijk aan de Rietven in Boekel.

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak heeft staatsraad advocaat-generaal Nijmeijer eerder om een conclusie gevraagd. Hierbij heeft hij hem gevraagd ten eerste in te gaan op het delegatiebesluit en ten tweede op de verhouding tussen het bestemmingsplan en de veegplannen.

In ECLI:NL:RVS:2022:1109 concludeert Nijmeijer dat een delegatiebesluit bekend moet worden gemaakt door plaatsing van de geconsolideerde tekst in het gemeenteblad, dat wordt gepubliceerd op www.officielebekendmakingen.nl. Volgens hem dient in het delegatiebesluit in objectief omschreven normen te worden aangegeven in welke gevallen en onder welke voorwaarden het college planregels mag vaststellen. Bij de invulling van deze eis, kan aansluiting worden gezocht bij de rechtspraak over de objectieve begrenzing van wijzigingsbevoegdheden. Het gebruik van open normen en voorwaarden die een toetsing van een individueel project vergen, hoeven niet in strijd te zijn met de eis van een objectieve begrenzing. Een verwijzing in het delegatiebesluit naar beleid(sregels), is met die eis wél in strijd.

Verder concludeert Nijmeijer dat het richten van beroepsgronden tegen regels die bij een eerdere vaststelling zijn opgenomen in het omgevingsplan en die in rechte onaantastbaar zijn, mogelijk is onder de volgende voorwaarden:

  • de bestreden regel is nodig voor een vanuit het oogpunt van rechtszekerheid, zorgvuldigheid en evenredigheid bezien rechtmatige planologische regeling, en
  • appellant was ten tijde van de vaststelling van de bestreden regel niet gerechtigd om beroep in te stellen of appellant kan niet worden verweten dat hij toen geen beroep heeft ingesteld.

Het is nu aan partijen om op de conclusie te reageren waarna de Afdeling uitspraak zal doen.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Rob


Sluit je aan bij de
800+ abonnees 
en schrijf je in voor de
wekelijkse Omgevingsflits:

Volg ons:

© SAM advocaten. powered by Webconfetti.