Nieuwe stedelijke ontwikkeling?

3 juli 2020

AbRvS 1 juli 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1521. Bij besluit van 10 oktober 2019 heeft de raad van de gemeente Middelburg het bestemmingsplan “Studentenhuisvesting Kanaalweg” vastgesteld. Dit  plan voorziet in studentenhuisvesting met een maximum bouwhoogte van 27,5 m.

Appellanten betogen dat de raad zijn motiveringsplicht in het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking heeft geschonden. De raad stelt zich op het standpunt dat geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, aangezien het vorige plan reeds bebouwing op de gronden binnen het voorliggende plangebied toestond. Als het voorgaande niet wordt gevolgd, stelt de raad dat de behoefte aan de voorziene studentenhuisvesting is aangetoond.

Volgens de Afdeling moet bij de beantwoording van de vraag of een stedelijke ontwikkeling dient te worden aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling, in onderlinge samenhang worden beoordeeld in hoeverre het plan, in vergelijking met het voorgaande bestemmingsplan, voorziet in een functiewijziging en welk planologisch beslag op de ruimte het nieuwe plan mogelijk maakt in vergelijking met het voorgaande bestemmingsplan. Vgl. AbRvS 28 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1724. De Afdeling is van oordeel dat het voorliggende plan ten opzichte van het vorige plan geen nieuw planologisch ruimtebeslag, maar wel een planologische functiewijziging mogelijk maakt.

In beginsel is hiermee nog geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, tenzij de planologische functiewijziging een zodanige aard en omvang heeft dat desalniettemin sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In dit geval acht de Afdeling van belang dat de met het plan mogelijk gemaakte studentenhuisvesting een andere ruimtelijke uitstraling heeft dan de in het vorige plan toegestane kantoorfunctie in de zin dat studentenhuisvesting naar zijn aard in beginsel niet uitsluitend tijdens de dagperiode bedrijvigheid met zich meebrengt. Verder zijn in het vorige en het voorliggende bestemmingsplan (studenten)woningen planologisch toegestaan, maar het aantal toegestane woningen in het voorliggende plan neemt substantieel toe ten opzichte van het vorige plan. Gelet hierop is naar het oordeel van de Afdeling sprake een nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, Bro.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Rob


Sluit je aan bij de
800+ abonnees 
en schrijf je in voor de
wekelijkse Omgevingsflits:

Volg ons:

© SAM advocaten. powered by Webconfetti.