Mondelinge zienswijze; toelaatbaarheid van een algemene afwijkingsbevoegdheid

11 december 2020.

De raad van Stichtse Vecht betoogde bij de AbRvS dat een appellant niet-ontvankelijk was in zijn beroep tegen het bestemmingsplan ‘Rondom de Vecht’, omdat hij geen zienswijze had ingediend. Weliswaar had er binnen de zienswijzentermijn een mondeling gesprek plaatsgevonden met deze appellant, maar die had daarbij niet kenbaar gemaakt dat hij beoogde een mondelinge zienswijze in te dienen. De AbRvS maakt in haar uitspraak van 9 december (ECLI:NL:RVS:2020:2909) korte metten met dit betoog. In het gesprek had appellant zijn wens aan de orde gesteld om een woning te bouwen op een perceel dat deel uitmaakte van het plangebied. Voor de AbRvS is dit voldoende om te constateren dat sprake was van een mondelinge zienswijze. Het beroep was daarmee ontvankelijk.

Ook om een andere reden is de uitspraak het signaleren waard. De planregels voorzagen namelijk in een algemene bevoegdheid om bij omgevingsvergunning de oppervlakte van bedrijfsgebouwen met 15% te vergroten. In beginsel vindt de AbRvS zulke algemene afwijkingsbevoegdheden aanvaardbaar, maar dat is anders als er een concrete aanleiding is om in een specifiek geval op voorhand te betwijfelen of gebruikmaking ervan wel op een ruimtelijk aanvaardbare manier mogelijk is. Dan moet daarover al bij de planvaststelling een afweging plaatsvinden. In dit geval was er zo’n concrete aanleiding, want de raad had eerder al bij motie vastgesteld dat een sapfabriek in het plangebied qua schaal en omvang niet meer passend was op de betrokken locatie en dat verdere uitbreiding gelet op de verkeerssituatie onwenselijk was. De raad zal de toepasselijkheid van de afwijkingsbevoegdheid op de fabriek daarom moeten heroverwegen.

Voor meer informatie over deze uitspraak kunt u contact opnemen met Jan


Sluit je aan bij de
800+ abonnees 
en schrijf je in voor de
wekelijkse Omgevingsflits:

Volg ons:

© SAM advocaten. powered by Webconfetti.