Mocht Minister bedrijfsadressen/locatiegegevens in PAS-meldingen weigeren?

29 januari 2021

De Afdeling geeft antwoord op deze vraag in de heldere uitspraak van 27 januari 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:153).

Coöperatie Mobilisation for the Environment heeft Minister Schouten op grond van de Wob verzocht om openbaarmaking van gegevens van bedrijven die in de periode vóór de PAS-uitspraak (ECLI:NL:RVS:2019:1603) een PAS-melding hebben gedaan. Dat komt in de praktijk neer op de complete Aerius-berekeningen van bedrijven die sinds de PAS-uitspraak ‘geen Nbw-vergunning’ meer hebben.

De Minister heeft de PAS-meldingen van de (ca. 3500) bedrijven openbaar gemaakt, maar heeft de persoonsgegevens waaronder de locaties van de bedrijven weggelakt. De Minister vond het belang van bescherming van de persoonlijke levenssfeer (artikel 10, lid 2, sub e, Wob) en de beveiliging en het voorkomen van sabotage van deze bedrijven (10, lid 7, sub b Wob) zwaarder wegen dan het belang van openbaarmaking.

Echter, bij Wob-verzoeken over milieu-informatie met betrekking tot emissies in het milieu is er geen plaats voor een ruime belangenafweging en is de weigeringsgrond “persoonlijke levenssfeer” zelfs helemaal niet van toepassing. Zowel bij de rechtbank (na beroep van Mobilisation), als bij de Afdeling (na hoger beroep van de Minister en LTO Noord) is daarom de kernvraag of de locatiegegevens van de bedrijven zijn aan te merken als milieu-informatie over emissies in het milieu. De Afdeling zet haar toetsingskader in r.o. 6 duidelijk uiteen en haar conclusie is als volgt.

Partijen zijn het erover eens dat de locatiegegevens milieu-informatie zijn. De Afdeling nuanceert dat het adres alleen milieu-informatie is als de melding ook voor dat adres is gedaan. Vervolgens overweegt de Afdeling in lijn met bestendige Wob-rechtspraak en uitspraken van het Hof van Justitie dat het begrip “emissie-gegevens” niet beperkt mag worden uitgelegd. Dit zijn niet alleen gegevens over de daadwerkelijke uitstoot zelf of de emissie als zodanig, maar ook de gegevens die het publiek in staat stelt te controleren of de beoordeling van emissies door het bevoegd gezag deugt en wat de invloeden zijn van die emissies op het milieu. De locatiegegevens zijn, als bron van de emissies, dus emissiegegevens. De Minister mocht de gegevens daarom niet weigeren vanwege eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer, omdat die weigeringsrond niet van toepassing is op milieu-informatie over emissiegegevens.

De Minister redt het ook niet met de andere weigeringsgrond die zij ten grondslag heeft gelegd aan haar besluit: de veiligheid en het voorkomen van sabotage van de bedrijven. Weliswaar is die weigeringsgrond wél van toepassing op milieu-informatie, maar deze weigeringsgrond moet– zeker bij milieu-informatie – terughoudend worden toegepast. Openbaarmaking zou dan daadwerkelijke schade moeten toebrengen aan de betrokken bedrijven en dat zou dan moet blijken uit objectieve omstandigheden. De meer algemene verwijzingen naar de waarschuwingen van NCTV voor dierenrechtextremisme en het actuele, brede en intensieve maatschappelijke debat en de onrust over maatregelen om de stikstofuitstoot te beperken, zijn niet voldoende concreet om aan te nemen dat openbaarmaking moet worden geweigerd in het kader van de beveiliging en het voorkomen van sabotage van de bedrijven in kwestie.

De Minister heeft de locatiegegevens van de bedrijven in de PAS-meldingen dus ten onrechte geweigerd.

Voor meer informatie over deze uitspraak kunt u contact opnemen met Monique


Sluit je aan bij de
800+ abonnees 
en schrijf je in voor de
wekelijkse Omgevingsflits:

Volg ons:

© SAM advocaten. powered by Webconfetti.