Mer-plicht voor biomassavergassingsinstallatie

In de uitspraak van 25 mei 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:1494) staat de vraag centraal of een mer vereist is voor een installatie voor mestbewerking en biomassavergassing. In categorie 18.4 van bijlage C bij het Besluit mer is bepaald dat voor een installatie voor de verbranding of chemische behandeling van niet-gevaarlijke afvalstoffen een mer verplicht is, als de betrokken installatie een capaciteit heeft van meer dan 100 ton per dag. Gedeputeerde staten van Noord-Brabant meenden dat de voorgenomen activiteit in deze categorie viel, het bedrijf in kwestie bestreed dit.

De biomassavergassingsinstallatie zou namelijk worden ‘gevoed’ met houtchips oftewel onbehandeld hout en dat mocht volgens het bedrijf niet worden gezien als een afvalstof, maar als een bijproduct in de zin van de Kaderrichtlijn afvalstoffen. Op basis van een uitvoerige beschouwing over de rechtspraak van het Hof van Justitie en haar eigen rechtspraak concludeert de Afdeling dat sprake is van een afvalstof. Dit oordeel had anders kunnen uitpakken als het bedrijf meer informatie had verstrekt over herkomst van het hout en samenstelling ervan, maar dat had hij verzuimd. Een punt van discussie was ook of de drempel van 100 ton (zie hierboven) wel werd gehaald.

Het bedrijf betoogde dat dit niet zo was. Omdat de houtchips eerst werden gedroogd, verminderde het gewicht ervan met als gevolg dat dagelijks maar 79 ton werd vergast. Maar de Afdeling staat het maken van deze knip tussen het drogingsproces en het vergassingsproces niet toe. Daarvoor hangen beide processen te veel met elkaar samen.

Voor meer informatie over deze uitspraak kunt u contact opnemen met Jan


Sluit je aan bij de
800+ abonnees 
en schrijf je in voor de
wekelijkse Omgevingsflits:

Volg ons:

© SAM advocaten. powered by Webconfetti.