Meldingenstelsel: (weigering explicitiet) instemming

In twee uitspraken van de Grote kamer van 14 januari 2015, nr. 201303069/1/A3 (Leeuwarden) en 201304895/1/A3 (Stein) komen de meldingenstelsels voor het aanleggen van een uitweg in de Algemene plaatselijke verordeningen aan de orde. In de beide procedures is door de Staatsraad Advocaat Generaal op 12 november 2014, nrs. 201303069/2/A3 en 201304895/2/A3 een advies (conclusie) uitgebracht. In die conclusie wordt betoogd dat de bestuursrechter rechtsbescherming moet verlenen tegen alle reacties die zich in de meldingenstelsels van de genoemde APV’s voordoen. Daardoor ontstaat voor zowel de melder als voor derde belanghebbenden een samenhangend systeem van rechtsbescherming. De Afdeling volgt de conclusie van de Staatsraad Advocaat Generaal in de beide uitspraken.

Uit de uitspraak Leeuwarden blijkt dat zowel de instemming (al dan niet onder voorwaarden) met een melding binnen de voorgeschreven termijn als een zogenoemde instemming van rechtswege door tijdsverloop, een besluit is. De expliciete instemming of acceptatie is namelijk gericht op rechtsgevolg, omdat daarmee het recht ontstaat om met de aanleg van de uitweg te beginnen. Dat geldt echter ook uitblijven van een reactie, daarmee ontstaat immers ook, van rechtswege, het recht tot aanleg van een uitweg. De Afdeling stelt dat het uitblijven van een reactie, voor wat betreft de rechtsbescherming, moet worden gelijkgesteld met een besluit. Dit betekent dat tegen alle soorten reacties rechtsmiddelen mogelijk zijn. Met ingang van de dag na die waarop het besluit is bekendgemaakt, door toezending of uitreiking aan de melder, gaat de bezwaartermijn van zes weken lopen.

Tot slot geeft de Afdeling in deze uitspraak aan dat het gemeentebestuur ook kan kiezen voor een alternatief stelsel, waardoor niet alle reacties moeten worden aangemerkt als besluit. De Afdeling doelt hierbij op de meldingenstelsels die worden beheerst door algemene regels en waarbij niet voorzien is in een reactie van een bestuursorgaan. Denkbaar is een regeling volgens welke een uitweg mag worden aangelegd indien wordt voldaan aan de in de regels gestelde voorschriften en daarnaast wordt bepaald dat in de overige gevallen een vergunning dient te worden aangevraagd.

Uit de uitspraak Stein volgt dat de weigering om een melding te accepteren ook een besluit is, maar als het gemeentebestuur dit doet buiten de voorgeschreven termijn, dan is het gemeentebestuur niet meer bevoegd om die beslissing nemen. Tot een vergelijkbaar oordeel kwam de Voorzitter van de Afdeling in een uitspraak d.d. 18 juli 2013, nrs. 201305064/1/A1 en 201305064/2/A1 over van rechtswege verleende omgevingsvergunningen. Het gemeentebestuur wordt geacht te hebben ingestemd met de melding. Als een te late weigering bij de bestuursrechter wordt aangevochten, zal de bestuursrechter deze moeten vernietigen.

In beide uitspraak geeft de Afdeling advies. Het gemeentebestuur hoeft een besluit (al dan niet van rechtswege) niet te publiceren, de wettelijk voorgeschreven bekendmaking is immers de toezending aan de melder. Dat kan tot gevolg hebben dat gedurende een lange termijn rekening moet worden gehouden met eventuele bezwaren en beroepen. Immers, een derde-belanghebbende die later bekend wordt met het bestaan van het besluit kan met een beroep op artikel 6:11 Awb, alsnog binnen bezwaar maken, de termijnoverschrijding kan dan verschoonbaar zijn. De Afdeling geeft daarom als advies mee om dit soort besluiten naast de bekendmaking ook altijd te publiceren.

Voor meer informatie over deze uitspraak kunt u contact opnemen met Janike.


Sluit je aan bij de
800+ abonnees 
en schrijf je in voor de
wekelijkse Omgevingsflits:

Volg ons:

© SAM advocaten. powered by Webconfetti.