Melding op basis van PAS is geen besluit in de zin van art. 1:3 Awb en e-mail service provincie

De Voorzieningenrechter van de Afdeling had al eerder uitgemaakt, namelijk bij uitspraak van 6 november 2015, ECLI:NL:2015:3491 dat een bevestiging van een melding op grond van de PAS geen besluit is in de zin van art. 1:3 Awb. Op 2 november 2016 heeft de AbRvS dit voorlopige oordeel in drie uitspraken bevestigd (ECLI:NL:RVS:2016:2898, 2893 en 2903).

Volgens de Afdeling is er pas sprake van een besluit als een meldingsbevestiging op rechtsgevolg is gericht. De meldingsbevestiging waartegen het beroep zich richt is een geautomatiseerd opgesteld document naar aanleiding van een met de AERIUS Calculator gedane melding. Het bevat een weergave van de gegevens die de melder in AERIUS Calculator heeft ingevoerd en een berekening van de stikstofdepositie op voor stikstof gevoelige habitats in Natura 2000-gebieden op basis van die gegevens. In de meldingsbevestiging staat niet dat een beoordeling heeft plaatsgevonden door het bevoegd gezag. Evenmin staat daarin dat een controle heeft plaatsgevonden of de gemelde activiteiten onder de meldingsplicht vallen en of die zijn uitgezonderd van de vergunningplicht als bedoeld in artikel 19d, eerste lid, van de Nbw 1998. De meldingsbevestiging bevat evenmin de toestemming om het gemelde uit te voeren.

Voorts overweegt de Afdeling dat een meldingsbevestiging als in dit geding aan de orde niet vergelijkbaar is met een melding krachtens artikel 9 van de Verordening stikstof en Natura 2000 Noord-Brabant. De reactie op een krachtens die verordening gedane melding behelst de vaststelling van de hoogte van het zogenoemd gecorrigeerd emissieplafond en de uitgangssituatie voor een volgende uitbreiding van een agrarisch bedrijf. Zodanig reactie is om die reden (wél) op rechtsgevolg gericht en aan te merken als een besluit als bedoeld in art. 1:3 van de Awb.

De uitzondering op de vergunningplicht voor projecten of andere handelingen die stikstofdepositie veroorzaken waarmee de vastgestelde grenswaarde van 1 mol N/ha/jr niet wordt overschreden volgt rechtstreeks uit artikel 19 kh, zevende lid, van de Nbw 1998, gelezen in verbinding met artikel 2, eerste lid, van het Besluit grenswaarden PAS. De melding noch de meldingsbevestiging zijn in de Nbw 1998, het Besluit grenswaarden PAS of de Regeling PAS als voorwaarde gesteld voor het van toepassing zijn van de uitzondering op de vergunningplicht. De meldingsplicht strekt er uitsluitend toe om de betrokken bestuursorganen in de gelegenheid te stellen het gebruik van de depositieruimte voor activiteiten onder een grenswaarde te monitoren; met de meldingsbevestiging wordt aan de melder bevestigd dat zijn melding is ontvangen. De uitzondering op de vergunningplicht voor projecten of andere handelingen die stikstofdepositie veroorzaken waarmee de vastgestelde grenswaarde niet wordt overschreden geldt derhalve ongeacht of het project of de andere handeling wel of niet is gemeld en of een gedane melding al dan niet is bevestigd. Gelet hierop is de meldingsbevestiging volgens de AbRvS niet op rechtsgevolg gericht.

In de uitspraak met nummer 2893 wordt ook nog een Nbw 98 vergunning bestreden waartegen door appellanten geen zienswijzen waren ingediend. Zij doen een beroep op verschoonbare termijnoverschrijding en voeren aan dat een kennisgeving op alleen de website van de provincie niet kan worden aangemerkt als een geschikte wijze om kennis te geven van het ontwerp van het besluit. Zij voeren aan dat diverse leden van hun organisaties zijn aangesloten bij de e-mailservice “Berichten over uw buurt”, maar dat die site postcode gebonden is en het maximale bereik is beperkt tot de gemeente waarin de inrichting ligt waarvoor vergunning wordt verleend. De bekendmaking van het ontwerp van het bestreden besluit is daarmee beperkt gebleven tot abonnees op deze service wonend in de gemeente, waardoor zij van het ontwerp geen kennis hebben kunnen nemen.

Dit alles staat er niet aan in de weg dat het college publicatie van het ontwerp van het besluit op de website van de provincie als middel ter kennisgeving van het ontwerp van het besluit mocht gebruiken. In dit verband overweegt de Afdeling dat deze systematiek van attendering via voormelde e-mailservice bij derden bekend was of kon zijn en het aan hen is om zich tijdig op de hoogte te stellen van kennisgevingen van de provincie die zij om die reden niet via e-mailservice kunnen ontvangen.

Voor meer informatie over deze uitspraken kunt u contact opnemen met Susan


Sluit je aan bij de
800+ abonnees 
en schrijf je in voor de
wekelijkse Omgevingsflits:

Volg ons:

© SAM advocaten. powered by Webconfetti.