Hoogspanningsleidingen vergunningplichtig?

Wat was er aan de hand? Het college heeft in 2011 aan TenneT omgevingsvergunning verleend voor het vervangen/verplaatsen van enkele verbindingsmasten ten behoeve van het combineren van twee bestaande hoogspanningslijnen. Deze omgevingsvergunning is onherroepelijk. Het handhavingsverzoek zag op de gerealiseerde combinatiehoogspanningslijn. Het standpunt van de verzoeker om handhaving was dat was gebouwd in afwijking van het aan de omgevingsvergunning ten grondslag liggende rapport van Petersburg van 11 januari 2012, dan wel dat was gebouwd zonder de daarvoor vereiste omgevingsvergunning.

Ter discussie staat in de procedure of voor de hoogspanningsleidingen, die aan de (vergunde) masten zijn aangebracht, een vergunning vereist was. De rechtbank was tot de conclusie gekomen dat de leidingen tezamen met de masten onderdeel uitmaken van de hoogspanningslijn en dat de hoogspanningslijn moet worden gezien als één bouwwerk. Verder is volgens de rechtbank geen sprake van een vergunningsvrij bouwwerk als bedoeld in artikel 2, aanhef en onder 18, onder c, van bijlage II van het Bor. De conclusie van de rechtbank was al met al dat de leidingen zijn aangebracht in afwijking van de omgevingsvergunning. Dat TenneT sinds jaar en dag geen vergunning aanvraagt voor de leidingen, maakt dit volgens haar niet anders.

De Afdeling ziet dit anders: Het na het oprichten van de hoogspanningsmasten daaraan bevestigen van de hoogspanningsleidingen kan naar het oordeel van de Afdeling niet als bouwen in de zin van de Wabo worden aangemerkt. Het begrip bouwwerk is in de Wabo als zodanig niet omschreven. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer in de uitspraak van 12 september 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX7117), kan voor de uitleg van het begrip bouwwerk in de Wabo aansluiting worden gezocht bij de definitie van dit begrip in de modelbouwverordening. Deze definitie luidt: “elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren”. De hoogspanningsleidingen kunnen niet zelfstandig als bouwwerk worden aangemerkt, nu het niet gaat om een constructie van enige omvang. Dat de hoogspanningsleidingen, zoals appellant aanvoert, niet los in de masten hangen en daaraan bevestigd zijn leidt evenmin tot de conclusie dat sprake is van bouwen. Van bijzondere constructieve voorzieningen die maken dat het om een constructie van enige omvang gaat is geen sprake. Uit het voorgaande volgt dat, anders dan de rechtbank heeft overwogen, voor de hoogspanningsleidingen geen omgevingsvergunning is vereist en het college niet bevoegd was daartegen handhavend op te treden.

Voor meer informatie over deze uitspraak kunt u contact opnemen met Janike


Sluit je aan bij de
800+ abonnees 
en schrijf je in voor de
wekelijkse Omgevingsflits:

Volg ons:

© SAM advocaten. powered by Webconfetti.