Hoofgebouw in de zin van Bor

De uitspraak van de AbRvS d.d. 22 oktober 2014, nr. 201400194/1/A1 heeft betrekking op een door burgemeester en wethouders van Utrecht opgelegde last onder dwangsom wegens het zonder omgevingsvergunning bouwen van een bouwwerk aan de zijkant van een bestaande woning. Partijen zijn in deze zaak verdeeld over de vraag of het bouwwerk vergunningvrij is. Meer in het bijzonder rijst tussen hen de vraag of het bouwwerk is aan te merken als een bijbehorend bouwwerk in achtererfgebied, waarbij het bij het oorspronkelijke hoofdgebouw behorende achtererfgebied als gevolg van het bijbehorende bouwwerk niet meer dan 50% wordt bebouwd (art. 2, aanhef en derde lid van bijlage II bij het Bor). Om op deze vraag een antwoord te krijgen, is het in deze zaak van belang om te bepalen of een reeds aanwezig aangebouwd deel van de woning wel of niet behoort tot het oorspronkelijke hoofdgebouw. Als het daartoe behoort, telt dat deel niet mee bij het aantal bebouwde vierkante meters in het achtererfgebied. Als het er niet toe behoort, telt het daarbij juist wel mee.

De AbRvS geeft eerst in algemene zin aan wat onder het oorspronkelijke hoofdgebouw moet worden verstaan. De AbRvS  overweegt in dat kader (onder verwijzing naar een eerdere uitspraak dd. 11 juni 2014, nr. 201309842/1/A1) dat een oorspronkelijk hoofdgebouw volgens de Nota van Toelichting het hoofdgebouw is zoals dat ten tijde van de afronding van de bouwwerkzaamheden, overeenkomstig de voor het hoofdgebouw verleende vergunning, is opgeleverd. Van het hoofdgebouw te onderscheiden aan- en uitbouwen, die als functioneel onderdeel van het hoofdgebouw op basis van de vergunning tegelijkertijd zijn meegebouwd, worden geacht deel uit te maken van het oorspronkelijk hoofdgebouw. Het moet dan gaan om aan- of uitbouwen waarin gebruik wordt gerealiseerd dat gelet op de bestemming het belangrijkst is. In bouwkundige zin van het hoofdgebouw te onderscheiden aangebouwde bouwwerken waarin slechts ondergeschikte functies plaatsvinden – zoals aangebouwde garage/berging – maken volgens de Nota van Toelichting (blz. 137) geen deel uit van het hoofdgebouw en dus ook niet van het oorspronkelijk hoofdgebouw.

De AbRvS past deze overwegingen vervolgens toe op de concrete situatie die aan deze uitspraak ten grondslag ligt. Een gedeelte van het reeds aanwezige aangebouwd deel van de woning is in gebruik als berging, zijnde een ondergeschikte functie, zodat dit geen onderdeel is van het oorspronkelijke hoofdgebouw. Een ander gedeelte is in gebruik als slaapkamer en badkamer, maar dit gedeelte is niet tegelijkertijd met het oorspronkelijk hoofdgebouw opgeleverd en is om die reden geen onderdeel van het oorspronkelijke hoofdgebouw. Al met maakt de bestaande aanbouw geen deel uit van het oorspronkelijk hoofdgebouw, zodat de oppervlakte van de reeds aanwezige aanbouw moet worden meegeteld bij de berekening van het aantal bebouwde vierkante meters in het achtererfgebied (als bedoeld in artikel 2, aanhef en derde lid, onder e, van bijlage II bij het Bor).


Sluit je aan bij de
800+ abonnees 
en schrijf je in voor de
wekelijkse Omgevingsflits:

Volg ons:

© SAM advocaten. powered by Webconfetti.