Het doden van ganzen door gebruikmaking van CO2 en geweren

28 augustus 2017

Op 28 juni 2017 heeft de AbRvS in twee zaken (ECLI:NL:RVS:2017:1701 en 1703) een oordeel gegeven inzake hoger beroep van Stichting Faunabescherming en GS met betrekking tot twee uitspraken van de rechtbank over twee verleende ontheffingen. Beide zaken vallen nog onder de werking van de Flora- en Faunawet.

In de eerst genoemde zaak gaat het om een ontheffing voor het opzettelijk verontrusten, bemachtigen, vangen, doden van verschillende ganzen en daarbij gebruik maken van CO2. In de tweede zaak gaat het om verschillende ganzen die op basis van de ontheffing (onder meer) mogen worden afgeschoten, waarbij het geweer bovendien een uur voor zonsomkomst tot een uur na zonsondergang mag worden ingezet.

In beide zaken wordt door de Stichting een beroep gedaan op het arrest WWF Italilia e.a. van het Hof van Justitie waaruit blijkt dat elke ingreep die beschermde soorten raakt slechts is toegestaan op basis van besluiten die steunen op een nauwkeurig treffende motivering. Volgens de Stichting is niet in alle wildeenheden sprake van schade. De Afdeling komt in beide zaken op basis van een vrij uitgebreide onderbouwing tot het oordeel dat het college heeft mogen concluderen dat in de hele provincie zich een concrete dreiging van belangrijke schade aan gewassen voordoet. Daarbij is onweersproken gesteld door het college dat de kans groot is dat de ganzen zich verplaatsen naar wildbeheereenheden waar geen ontheffing geldt.

In de eerst genoemde zaak wordt (onder meer) door GS betoogd dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het college geen ontheffing mocht verlenen voor het gebruik van CO2. De Afdeling overweegt dat ingevolge artikel 5, eerste lid, aanhef en onder k, van het Bbsd zijn middelen als bedoeld in artikel 72, eerste lid, van de Ffw waarmee dieren mogen worden gevangen of gedood aangewezen middelen die krachtens de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden zijn toegelaten. Bij besluit van 13 mei 2015 heeft het Ctgb krachtens de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden het middel “Duke’s Carbon dioxide” toegelaten. In het besluit is vermeld dat het middel slechts mag worden gebruikt volgens de gebruiksvoorschriften. Inherent aan het doden van ganzen met CO2 is dat om de benodigde concentratie CO2 te bereiken de ganzen zich in een afgesloten ruimte moeten bevinden. In die afgesloten ruimte zitten de ganzen gevangen en met deze werkwijze valt het vangen en het doden van de ganzen dan ook feitelijk samen. In het besluit van het Ctgb is daarom een middel en methode voor zowel vangen als doden aangewezen. Bij het enkele drijven van de ganzen in de richting van de container is nog geen sprake van vangen. Op dat bijeendrijven is daarom het verbod van artikel 72, vijfde lid, van de Ffw niet van toepassing. Het beroep wordt gegrond verklaard. In de tweede genoemde zaak wordt het oordeel van de rechtbank door GS bestreden dat de gebruikmaking van geweren voor zonsopkomst en na zonsondergang in strijd is met de Vogelrichtlijn. De Afdeling verwijst naar de uitspraak van 4 januari 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BV0107 waaruit blijkt dat uit de Vogelrichtlijn volgt dat in een wettelijk voorschrift moet zijn bepaald met welke middelen beschermde inheemse vogels mogen worden gedood. Dat geldt ook voor de in artikel 9, tweede lid, aanhef en onder c, van de Vogelrichtlijn bedoelde voorwaarden met betrekking tot het risico en onder welke omstandigheden van tijd en plaats deze afwijkende maatregelen mogen worden genomen. In de uitspraak van 25 mei 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1423, heeft de Afdeling dit oordeel bevestigd. De rechtbank heeft terecht overwogen dat de voor het gebruik van het geweer van een uur voor zonsopgang tot een uur na zonsondergang verleende ontheffing in strijd is met de Vogelrichtlijn.

Voor meer informatie over deze zaken kunt u contact opnemen met Susan


Sluit je aan bij de
800+ abonnees 
en schrijf je in voor de
wekelijkse Omgevingsflits:

Volg ons:

© SAM advocaten. powered by Webconfetti.