Geen beroep op het vertrouwensbeginsel, desondanks wel meewegen in belangenafweging

De uitspraak van AbRvS 14 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2683 is opgenomen, omdat daarin een beroep op het vertrouwensbeginsel wordt gedaan dat doorwerkt in de afweging of een bestemmingsplan mocht worden vastgesteld. Een van de omwonenden van het bedrijventerrein op Zeeburg in Amsterdam beroept zich op het feit dat het college van burgemeester en wethouders haar heeft toegezegd dat het recyclepunt in zijn definitieve vorm overdekt zou worden uitgevoerd.

Uit een diapresentatie van een informatieavond van de gemeente Amsterdam op 28 mei 2018 over de komst van een – in eerste instantie tijdelijk – recyclepunt op het bedrijventerrein en in het bijbehorende verslag, wordt gesteld dat de ambitie bestaat om een overdekt recyclepunt te realiseren. Uit een brief van de wethouder en een brief van de ambtenaar volgt dat van de kant van de gemeente wordt gestreefd naar een overdekking van het nieuwe recyclepunt zoals dat na het realiseren van een tijdelijke voorziening uiteindelijk vorm zal krijgen. Dat blijkt ook uit een opname van de bezwaarschriftencommissie over een door het college verleende omgevingsvergunning voor het recycling punt. Tijdens die bijeenkomst zegt een ambtenaar: “Wel ingepakt met een dak erop, waar ook zonnepanelen bijvoorbeeld op te liggen komen. Met daaromheen functies en letterlijk ook aan de straat functies, dus muren om dat ding heen, die het afschermen. Het wordt veel meer ingepakt“.

Tijdens de zitting van de Afdeling heeft de raad verklaard dat nooit is bedoeld dat het definitieve recyclepunt helemaal overdekt zou worden.

De Afdeling is echter van mening dat namens het college van burgemeester en wethouders ondubbelzinnig is verklaard dat het definitieve recyclepunt in ieder geval grotendeels zou worden overdekt. De woorden “met een dak erop” kunnen immers niet anders worden begrepen. Verder had de mededeling dat het definitieve recyclepunt overdekt zou worden uitgevoerd, een stellig karakter. Er is geen enkel voorbehoud gemaakt, bijvoorbeeld in de zin dat het college zich slechts zou inspannen om te bereiken dat het recyclepunt overdekt wordt uitgevoerd. Maar, deze mededeling kan niet worden toegerekend aan de raad, die het bevoegde orgaan is waar het gaat om het vaststellen van bestemmingsplannen en daarover naar eigen inzicht dient te beslissen.

De Afdeling vervolgt dat ook in het geval een toezegging, andere uitlating of gedraging niet kan worden toegerekend aan het bevoegde bestuursorgaan, dat niet weg neemt dat er situaties kunnen zijn waarin deze handeling moet worden betrokken bij een belangenafweging. Door de gemeente is stellig de indruk gewekt dat het definitieve recyclepunt geheel of gedeeltelijk overdekt zou worden uitgevoerd. Naar het oordeel van de Afdeling had de raad dit moeten betrekken bij de belangenafweging die de raad voor de vaststelling van het bestemmingsplan heeft moeten maken. De raad heeft in dit opzicht niet mogen volstaan met de overweging dat het overdekken van het definitieve recyclepunt door milieuregels niet wordt verplicht. Gelet hierop is de Afdeling van oordeel dat de raad het bestreden besluit in zoverre niet met de vereiste zorgvuldigheid heeft voorbereid.

Voor meer informatie over deze uitspraak kunt u contact opnemen met Janike.


Sluit je aan bij de
800+ abonnees 
en schrijf je in voor de
wekelijkse Omgevingsflits:

Volg ons:

© SAM advocaten. powered by Webconfetti.