Europees Hof: detailhandel betreft een dienst in de zin van Dienstenrichtlijn

In januari 2016 heeft de AbRvS prejudiciële vragen gesteld aan het Europese Hof van Justitie over de Dienstenrichtlijn in relatie tot de vaststelling van bestemmingsplannen (ECLI:NL:RVS:2016:75). Op 30 januari 2018 heeft het Hof de prejudiciële vragen beantwoord (ECLI:EU:C:2018:44). Voor de omgevingsrechtelijke praktijk is dit een zeer relevante uitspraak.   Wat was er aan de hand? In 2013 is door de gemeenteraad van Appingedam het bestemmingsplan ‘Stad Appingedam’ vastgesteld. Dit bestemmingsplan geeft regels voor het zogeheten Woonplein: een winkelcentrum met volumineuze detailhandel, zoals meubels, keukens en fietsen. Het Woonplein ligt buiten het van oudsher bestaande winkelgebied in het stadscentrum.   De eigenaar van een winkelpand aan het Woonplein wil zijn pand verhuren aan een vestiging van Bristol, een discountketen voor schoenen en kleding. Dit is niet toegestaan, omdat het geen volumineuze detailhandel betreft. De eigenaar stelt zich bij de vaststelling van het nieuwe bestemmingsplan op het standpunt dat de planregel, die geen detailhandel in schoenen en kleding toestaat, in strijd is met de Dienstenrichtlijn.   De Afdeling stelt daarop prejudiciële vragen, waaronder de vraag of detailhandel aangemerkt moet worden als een dienst in de zin van de Dienstenrichtlijn.   Uitspraak Europese Hof Drie conclusies van het Hof zijn relevant om te benoemen:

  1. Het Hof oordeelt dat de activiteit die bestaat uit detailhandel in goederen voor de toepassing van de Dienstenrichtlijn als dienst moet worden aangemerkt;
  2. De bepalingen uit de Dienstenrichtlijn over de vrijheid van vestiging van dienstverrichters zijn ook van toepassing op zuiver interne situaties binnen één lidstaat;

De Dienstenrichtlijn verzet zich niet tegen bepalingen in een bestemmingsplan, die niet- volumineuze detailhandel verbieden buiten stadscentra. Maar het verbieden van deze vorm van detailhandel buiten stadscentra is alleen toegestaan als aan alle voorwaarden uit artikel 15 lid 3 van de Dienstenrichtlijn is voldaan. Het is nu aan de Afdeling om te beoordelen of bij de vaststelling van het bestemmingsplan Stad Appingedam is voldaan aan de voorwaarden uit artikel 15 lid 3.   Van het vervolg van deze uitspraak houden wij u vanzelfsprekend op de hoogte.

Voor meer informatie over deze uitspraak kunt u contact opnemen met Ineke


Sluit je aan bij de
800+ abonnees 
en schrijf je in voor de
wekelijkse Omgevingsflits:

Volg ons:

© SAM advocaten. powered by Webconfetti.