Ernstige bodemverontreiniging: een of meer gevallen?

B&W Leiden schreven de eigenaar van een bedrijfsterrein aan in verband met bodemverontreiniging, veroorzaakt door een vroeger aanwezige chemische wasserij. In hun beschikking stelden zij vast dat sprake was van een geval van ernstige verontreiniging en dat spoedige sanering noodzakelijk was (in jargon: een beschikking ‘ernst en spoed’; zie de artikelen 29 en 37 van de Wet bodembescherming). De eigenaar verweerde zich met de stelling dat niet sprake was van één, maar van meerdere gevallen van verontreiniging met als implicatie dat mogelijk ook anderen aangeschreven moesten worden en/of gekozen moesten worden voor een gebiedsgerichte aanpak. De Afdeling wijst in haar uitspraak van 1 februari 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:230) op de definitie van het begrip ‘geval van verontreiniging’ in artikel 1 van de Wet bodembescherming. Volgens deze definitie is hiervan sprake als de verontreiniging betrekking heeft op grondgebieden die vanwege die verontreiniging, de oorzaak of de gevolgen daarvan in technische, organisatorische en ruimtelijke zin met elkaar samenhangen. In lijn met eerdere rechtspraak vult de Afdeling deze criteria als volgt in: “Technische samenhang is aanwezig als de verontreinigingen zijn veroorzaakt door een zelfde productieproces, installatie of mechanisme. Organisatorische samenhang doet zich voor, indien de oorzaak of de gevolgen van de verontreiniging niet gescheiden kunnen worden in verschillende organisatorische eenheden. Ruimtelijke samenhang doet zich voor, indien de verontreinigingen in aan elkaar grenzende of in elkaars nabijheid gelegen grondgebieden voorkomen.” Toepassing van deze criteria leidt tot de conclusie dat inderdaad sprake is van één geval van verontreiniging.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Jan


Sluit je aan bij de
800+ abonnees 
en schrijf je in voor de
wekelijkse Omgevingsflits:

Volg ons:

© SAM advocaten. powered by Webconfetti.