Dienstenrichtlijn en relativiteitsvereiste

19 juni 2020

Het bedrijventerrein het Galgenriet te Monnickendam staat grotendeels leeg. De gemeenteraad besluit daarom dit terrein te herontwikkelen tot een gemengd gebied met vooral woningen. Dit gebeurt in de vorm van een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte (art. 2.4 Crisis- en Herstelwet jo. artikel 7c van het Besluit CHW). Holland Yaught Equipment (HYE), een bedrijf in scheepsbeslag en scheepsuitrusting, komt hiertegen in beroep en betoogt o.a. dat het plan in strijd is met de Dienstenrichtlijn. De op grond van het plan te verlenen omgevingsvergunningen voor de bouw van o.a. woningen zouden volgens HYE schaarse rechten zijn en de verdeling ervan zou onvoldoende goed geregeld zijn.

Of dit laatste zo is en of de Dienstenrichtlijn van toepassing is, laat de Raad van State In zijn uitspraak van 17 juni 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:1402) in het midden. Het betoog kan namelijk naar het oordeel van de Raad hoe dan ook geen doel treffen op grond van het relativiteitsvereiste. HYE wenst haar bedrijfsactiviteiten namelijk voort te zetten en kan daarom niet worden aangemerkt als een verrichter van diensten als bedoeld in de Dienstenrichtlijn. Het feit dat HYE mogelijk in de toekomst woningen wenst te realiseren en te verhuren, maakt dit volgens de Raad van State niet anders, omdat dit voornemen onvoldoende concreet is. In deze situatie beschermen de Dienstenrichtlijn (en daardoor ook de Dienstenwet) niet het belang van HYE en kan HYE hieraan geen rechten ontlenen.

Voor meer informatie over deze uitspraak kunt u contact opnemen met Jan


Sluit je aan bij de
800+ abonnees 
en schrijf je in voor de
wekelijkse Omgevingsflits:

Volg ons:

© SAM advocaten. powered by Webconfetti.