Belanghebbende en grondslag handhaving

De uitspraak van de AbRvS van 21 januari 2015, nr. 201401844/1/A1, gaat over een last onder dwangsom die is opgelegd vanwege de oprichting en instandhouding van een groot aantal illegaal gebouwde bouwwerken op een perceel. De feitelijke overtreder en de twee mede-eigenaren van het perceel, allen eigenaren sinds 1994, komen tegen de last op.

Hun bezwaren worden ongegrond verklaard, maar het bestreden besluit wordt wel gewijzigd: de last onder dwangsom wordt omgezet in een last onder bestuursdwang. Daarbij is de grondslag van handhaving – ten aanzien van de vóór 1994 gebouwde bouwwerken – niet langer “het in stand houden van illegaal gebouwde bouwwerken” (huidig artikel 2.3a, lid 1, Wabo/oud artikel 40, lid 1, sub b, Woningwet), omdat dit verbod pas sinds een wijziging in 2007 in de wet is vastgelegd. Daarvóór richtte de wet zich enkel tot de feitelijke bouwer of opdrachtgever. De grondslag voor handhaving is nu artikel 2.1, lid 1, sub a en c, Wabo.

Na een voorlopige voorzieningenprocedure, procederen de eigenaren en het college verder bij de Afdeling. Daar komt eerst de vraag aan de orde of de twee mede-eigenaren als belanghebbende zijn aan te  merken. Dat is volgens de Afdeling het geval. Hoewel volgens vaste rechtspraak slechts de overtreder belang kan hebben bij de oplegging van een last, sluit dit volgens de Afdeling niet uit dat ook een ander dan de overtreder belanghebbende kan zijn. Toegespitst op dit geval, acht de Afdeling het niet uitgesloten dat de last tot verwijdering van de bouwwerken leidt tot aantasting van het eigendomsrecht van de twee mede-eigenaren.

Vervolgens stellen de eigenaren dat het college ten onrechte artikel 2.3a, lid 1, Wabo (oud artikel 40, lid 1, sub b, Woningwet) aan de last onder bestuursdwang ten grondslag heeft gelegd ten aanzien van de vóór 1994 opgerichte bouwwerken. De Afdeling wijst eigenaren erop dat het college deze grondslag – terecht – al in de beslissing op bezwaar heeft geschrapt. Dat het college niet op basis van dit artikel mocht optreden met een dwangsom, laat volgens de Afdeling echter onverlet dat het college wel met bestuursdwang kon optreden op basis van artikel 2.1, lid 1, Wabo. Dit omdat dit ook onder de oude Woningwet (artikel 40, lid 1, sub a) – ook vóór de wijziging in 2007 – al mogelijk was. Het college was daarom bevoegd de last onder bestuursdwang op te leggen.

Voor meer informatie over deze uitspraak kunt u contact opnemen met Monique.


Sluit je aan bij de
800+ abonnees 
en schrijf je in voor de
wekelijkse Omgevingsflits:

Volg ons:

© SAM advocaten. powered by Webconfetti.