Arbeidsmigranten en bestemmingsplan/Bouwbesluit

In de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 9 februari 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:399) was een besluit tot toepassing van spoedeisende bestuursdwang aan de orde. Het college van B&W Van Goerree-Overflakkee had deze spoedeisende bestuursdwang toegepast in een situatie waarin gebruik van een pand voor tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten in strijd zou zijn met het Bouwbesluit en het bestemmingsplan.

Op grond van het bestemmingsplan mocht het pand worden gebruikt voor ‘wonen’, welk begrip in het plan niet is gedefinieerd. In dat geval moet volgens vaste rechtspraak worden aangesloten bij het algemeen spraakgebruik. Onder “wonen” dienen dan diverse uiteenlopende vormen van huisvesting te worden begrepen. Daarbij vereist “wonen” volgens de Afdeling wel een zekere duurzaamheid en kan een verblijf korter dan 6 maanden op zichzelf voldoende duurzaam zijn. In dit geval heeft het pand volgens de Afdeling geen woonkarakter. Dit, omdat de betreffende arbeidsmigranten voor een periode van 4 weken tot maximaal 3 maanden in het pand verblijven, zij hun hoofdverblijf elders hebben en ook niet in de Basisregistratie Personen zijn ingeschreven.

Voor wat betreft de overtreding van het Bouwbesluit spitst het geschil zich toe op de vraag of sprake is van een logiesfunctie of een woonfunctie in de zin van het Bouwbesluit 2012. Onder verwijzing naar de NvT bij het Bouwbesluit overweegt de Afdeling dat er sprake is van een woonfunctie in de zin van het Bouwbesluit wanneer personen staan ingeschreven in de Basisregistratie Personen. Dat was hier als gezegd niet het geval. De overtreder nam ook nog de stelling in dat de logiesfunctie niet is gelegen in een logiesgebouw. Ook daarin gaat de Afdeling niet mee, waarbij een belangrijke rol speelt dat de kamers (zijnde de logiesverblijven) zijn aangewezen op een gezamenlijke verkeersroute. Het pand dient daarom te voldoen aan de brandveiligheidsvoorschriften die het Bouwbesluit stelt voor een logiesgebouw.

Tot slot komt in deze zaak nog de vraag aan de orde of de situatie voldoende spoedeisend was voor het toepassen van spoedeisende bestuursdwang. De Afdeling beantwoordt die vraag bevestigend en betrekt daarbij dat de in het pand aanwezige personen bij brand niet werden gewaarschuwd. Onder meer een brandmeldinstallatie en vluchtrouteaanduidingen ontbraken.

Voor meer informatie over deze uitspraak kunt u contact opnemen met Monique


Sluit je aan bij de
800+ abonnees 
en schrijf je in voor de
wekelijkse Omgevingsflits:

Volg ons:

© SAM advocaten. powered by Webconfetti.