Wijziging bestemmingsplan hangende beroep, ladder duurzame verstedelijking en dezonering van een gezoneerd industrieterrein

26 februari 2021

In de uitspraak van 24 februari 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:396) is de vraag aan de orde of de openbare voorbereidingsprocedure (afdeling 3.4 van de Awb) opnieuw moet worden doorlopen als de gemeenteraad hangende beroep het vastgestelde bestemmingsplan wijzigt. Naar aanleiding van het beroep had de gemeenteraad het bestemmingsplan gewijzigd door ruim 15 ha te onttrekken aan het gezoneerde industrieterrein (‘dezoneren’) en door de bouwhoogte van overige andere bouwwerken aan te passen van 10 naar 40 meter. Op een dergelijk besluit is artikel 6:19 van de Awb van toepassing, wat meebrengt dat het ingestelde beroep zich van rechtswege ook richt tegen het gewijzigde besluit. In dat kader betoogde de appellant dat de raad de openbare voorbereidingsprocedure opnieuw had moeten volgen.

De Afdeling honoreert dit betoog en herinnert aan haar eerdere rechtspraak. Die houdt in dat van het opnieuw toepassen van de voorbereidingsprocedure alleen mag worden afgezien (1) als de aanpassingen naar aard en omvang niet zodanig groot zijn dat een wezenlijk ander plan wordt vastgesteld of (2) als het gaat om wijzigingen van ondergeschikte aard die de raad zonder dat de zienswijzen daartoe aanleiding gaven alsnog in het plan wil doorvoeren. In dit geval is van wijzigingen van ondergeschikte aard geen sprake en dus had de raad voorbereidingsprocedure moeten volgen.

De appellant had ook opgeworpen dat het bestemmingsplan voorzag in een nieuwe stedelijke ontwikkeling en dat daarom artikel 3.1.6 Bro van toepassing was. Weliswaar ging het om bestaand stedelijk gebied en bestaande woningen, maar een deel van het plangebied was een ‘witte vlek’ geworden doordat het eerder geldende bestemmingsplan op grond van het overgangsrecht bij de nieuwe Wro van rechtswege was vervallen. Maar die omstandigheid doet volgens de Afdeling niet ter zake. Waar het om gaat is of het nieuwe plan aansluit bij de situatie die op grond van eerdere bestemmingsplannen (ook al zijn die eerder al vervallen) en vergunningen legaal is verwezenlijkt.

Tot slot is de uitspraak het signaleren waard wegens de overwegingen over het dezoneren van een gezoneerd industrieterrein. Appellant had o.a. betoogd dat het geven van een andere bestemming aan bepaalde gronden (waardoor zich geen grote lawaaimakers meer mogen vestigen) de eerder vastgelegde geluidszone niet wijzigt. Daarvoor zou o.a. ook de vaststelling van een zonekaart (artikel 41, lid 4, Wet geluidhinder) zijn vereist. De Afdeling wijst dit betoog af. Het is voldoende als de gewijzigde geluidszone op de planverbeelding is vastgelegd.

Voor meer informatie over deze uitspraak kunt u contact opnemen met Jan


Sluit je aan bij de
800+ abonnees 
en schrijf je in voor de
wekelijkse Omgevingsflits:

Volg ons:

© SAM advocaten. powered by Webconfetti.