Relativiteitseis en besluit hogere waarden Wet geluidhinder

16 september 2017

AbRvS 6 september 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2410: B&W Alblasserdam stellen het wijzigingsplan Vinkenpolderweg 24 Alblasserdam vast. Bij besluit van dezelfde datum heeft het college ten behoeve van dit wijzigingsplan hogere geluidsgrenswaarden vastgesteld voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting. De appellant in kwestie is blijkbaar niet de bewoner of eigenaar van een woning die in het besluit hogere waarden is vervat. Zijn beroep stuit daarom af op het relativiteitsvereiste van artikel 8:69a Awb. De regeling in de Wet geluidhinder strekt er volgens de Afdeling namelijk toe dat bij besluit wordt vastgesteld welke geluidbelasting – na het zo mogelijk treffen van maatregelen – bij de woningen vanwege de weg onderscheidenlijk de reconstructie van de weg maximaal mag optreden. Deze regeling strekt daarmee tot bescherming van de bewoners van de woningen ten aanzien waarvan een dergelijk besluit is genomen, aldus de Afdeling. Een alinea later suggereert de Afdeling overigens dat ook de eigenaar de hobbel van artikel 8:69a Awb zou kunnen nemen: “Onbetwist is dat appellant niet woonachtig is in een woning, noch eigenaar is van een woning waarvoor bij het bestreden besluit een hogere waarde is vastgesteld. Onder de omstandigheden die zich hier voordoen strekt de regeling kennelijk niet tot bescherming van de belangen van [appellant].”

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Rob


Sluit je aan bij de
800+ abonnees 
en schrijf je in voor de
wekelijkse Omgevingsflits:

Volg ons:

© SAM advocaten. powered by Webconfetti.