Onvoorwaardelijke verplichting in bplan, structuurvisie en bplan

AbRvS 24 augustus 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2331, is een lange uitspraak, wat niet ongebruikelijk is als het gaat om bestemmingsplannen die het ganse buitengebied van een gemeente omvatten. In dit geval gaat het om het bestemmingsplan “Actualisatieplan Buitengebied St. Michielsgestel”, dat is vastgesteld door de gemeenteraad van Sint-Michielsgestel. Twee tamelijk willekeurige aspecten uit deze uitspraak.

Ten eerste wordt het beginsel van toelatingsplanologie weer eens toegepast. De eerste zin van artikel 42, lid 42.1, van de planvoorschriften bepaalt in dit geval dat de landschappelijke inpassing van (bedrijfs)gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde en buitenopslag vóór 1 januari 2018 moet zijn gerealiseerd overeenkomstig de verschillende inrichtingsplannen die in bijlage 3 bij de planregels zijn opgenomen en vervolgens conform het desbetreffende inrichtingsplan in stand dient te worden gehouden. De Afdeling stelt vast deze bepaling niet voorziet in een voorwaardelijke verplichting, maar in de directe plicht om voor 1 januari 2018 de desbetreffende landschappelijke inpassing te realiseren, onafhankelijk van de omstandigheden of het betrokken initiatief wordt gerealiseerd en ook is gerealiseerd op die datum. Dit gebod verdraagt zich niet met het aan de Wro ten grondslag liggende uitgangspunt dat een bestemmingsplan grondgebruikers niet kan verplichten tot het zonder meer uitvoeren van hetgeen in het bestemmingsplan is geregeld. Hierdoor is deze bepaling in strijd met artikel 3.1, eerste lid, van de Wro vastgesteld. Tevens is deze bepaling in dat opzicht ook niet in overeenstemming met hetgeen de raad heeft beoogd. Gelet hierop dient de eerste zin van artikel 42, lid 42.1, van de planregels te worden vernietigd.

Een andere overweging suggereert dat een gemeenteraad van zijn eigen structuurvisie mag afwijken. Toch gaat dat niet altijd goed. In de onderhavige zaak is ter zitting komen vast te staan dat niet alle bestaande overkappingen e.d. met een daarvoor benodigde vergunning zijn opgericht en aangebracht. Ook is komen vast te staan dat dat niet allemaal omgevingsvergunningvrije werken betreft. Gelet hierop wordt met de vergroting van het bouwvlak in het desbetreffende deel van het bestemmingsplan deels voorzien in planologisch nieuwe ontwikkelingen ten behoeve van een woonbestemming in het buitengebied. In de structuurvisie is vermeld dat in het buitengebied landbouw, recreatie, natuur en waterberging de hoofdfuncties zijn. De raad heeft geen nadere onderbouwing gegeven waarom de vergroting van het bouwvlak ten behoeve van de woonbestemming desondanks ruimtelijk aanvaardbaar is. Daarbij is bovendien niet gebleken dat de raad rekening heeft gehouden met door [appellant sub 4] gestelde wateroverlast op haar perceel. Gelet hierop is de Afdeling van oordeel dat de raad de planologische aanvaarbaarheid van de bestemmingsregeling voor het plandeel onvoldoende heeft onderbouwd.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Rob


Sluit je aan bij de
800+ abonnees 
en schrijf je in voor de
wekelijkse Omgevingsflits:

Volg ons:

© SAM advocaten. powered by Webconfetti.