Het toegangsbeperkingsbesluit (art. 2.5, eerste lid Wnb)

2 juli 2021

In de uitspraak van de AbRvS van 30 juni 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1403 gaat het om een zogenaamd toegangsbeperkingsbesluit op grond van art. 2.5, eerste lid Wnb.  Het gaat om een wijziging van een eerder genomen toegangsbeperkingsbesluit. Deze wijziging is nodig voor het realiseren van de instandhoudingsdoelstelling van de zwarte zee-eend.

Het toegangsbeperkingsbesluit is een instrument waarmee uitvoering kan worden gegeven aan de verplichtingen die voortvloeien uit artikel 6, eerste en tweede lid, van de Habitatrichtlijn. Bij het treffen van de maatregelen wordt, zo volgt uit artikel 1.10, derde lid, van de Wnb, rekening gehouden met de vereisten op economisch, sociaal en cultureel gebied, en met de regionale en lokale bijzonderheden. Het bestuursorgaan heeft bij de beoordelingsruimte de keuze van de te treffen instandhoudingsmaatregelen, en voor zover het om herstel- of verbetermaatregelen gaat, het tempo waarin hieraan uitvoering wordt gegeven (AbRvS 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1603, ro 13.3).

Na uitgebreide overwegingen volgt in deze uitspraak dat de minister zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de huidige rustgebieden onvoldoende functioneren en dat het instellen van nieuwe rustgebieden nodig is om de zwarte zee-eend voldoende rust in geschikte foerageergebieden te bieden en dat bij het bepalen van de omvang en ligging van de rustgebieden de voedselbeschikbaarheid in combinatie met rust daarbij de bepalende factoren zijn.

De minister dient bij het bepalen van de omvang, ligging en begrenzing van het gebied rekening te houden met de belangen van de gebruikers van de gebieden, zoals de recreatie en visserij. In het besluit staat dat getracht is te komen tot een evenwichtige verdeling tussen enerzijds het bereiken van een optimale ligging en functie van de rustgebieden voor de zwarte zee-eend en anderzijds het zo gering mogelijk verder inperken van de huidige mogelijkheden voor de andere gebruikers. Voor de garnalenvisserij is als compensatie voor het vergroten van de beide rustgebieden de periode waarop op garnalen mag worden gevist verruimd van 1 november tot 15 december. Dat zijn weken die midden in het hoogseizoen van de garnalenvisserij vallen, dat, ongeveer loopt van het najaar tot de kerst. De Afdeling is dan ook van oordeel dat voldoende rekening is gehouden met de vissers.

Voor meer informatie over deze zaak kunt u contact opnemen met Susan


Sluit je aan bij de
800+ abonnees 
en schrijf je in voor de
wekelijkse Omgevingsflits:

Volg ons:

© SAM advocaten. powered by Webconfetti.