Buitenring parkstad Limburg 2

In de uitspraak van de AbRvS van 11 maart 2015, nr. 201207642/1/R1 is het inpassingsplan “Buitenring Parkstad Limburg (BPL) aan de orde. Dit inpassingsplan werd in een eerdere uitspraak door de Afdeling vernietigd (nrs. 201011757/1/R1 en 201012728/1/R1. In de passende beoordeling is dit keer voldoende inzichtelijk gemaakt welke gevolgen de toename van stikstofdepositie ten gevolge van het BPL heeft voor het behalen van de doelstellingen.

De conclusie van de  passende beoordeling (dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet worden aangetast), is echter gebaseerd op omstandigheden dat de stikstofdepositie op de habitattypen ten gevolge van de maatregelen op locaties elders in het gebied, zal afnemen. De Afdeling verwijst naar zijn uitspraak van 24 december 2014, nr. 201309655/1/R2 waarin, kort gezegd, is geoordeeld dat positieve gevolgen van maatregelen voor een areaal van een habitattype waarvoor het project geen negatieve gevolgen heeft, niet kunnen worden betrokken bij de beoordeling of het project leidt tot een aantasting van de natuurlijke kenmerken van het gebied. PS hebben om die reden nieuw veldonderzoek en een aanvullende passende beoordeling overgelegd.

De Afdeling stelt vast dat uit dit veldonderzoek en de aanvullende passende beoordeling volgt dat op basis van een veldinventarisatie op de locaties van de habitattypen waar de BPL een toename veroorzaakt, is geconcludeerd dat de kwaliteit van de betrokken habitattypen in het gebied zeer beperkt afhankelijk is van atmosferische stikstofdepositie. Een hoge achtergronddepositie leidt in deze gevallen niet tot een slechte kwaliteit van de habitattypen. Andere abiotische factoren, waaronder voornamelijk de hydrologische situatie, zijn doorslaggevend voor een duurzaam behoud en de ontwikkeling van de habitattypen.

Verder is in de aanvullende passende beoordeling een maatregel opgenomen tot het verwijderen van houtopstanden.  In de nabijheid van dit habitattype zijn volgens PS bomen aanwezig die kunnen worden verwijderd. In het aangevoerde ziet de Afdeling geen grond om aan de effectiviteit van de maatregel tot het verwijderen van houtopstanden te twijfelen. De rechtsgevolgen van het inpassingsplan worden in stand gehouden.

Voor meer informatie over deze uitspraak kunt u contact opnemen met Susan.


Sluit je aan bij de
800+ abonnees 
en schrijf je in voor de
wekelijkse Omgevingsflits:

Volg ons:

© SAM advocaten. powered by Webconfetti.