Belanghebbende begrip en relativiteit en Nbw

In de uitspraak van de AbRvS van 1 april 2015 nr. 201402185/1/R2 gaat de Afdeling zowel in op de vraag of sprake is van belanghebbendheid als op het beginsel van relativiteit in het kader van de Nbw vergunning voor de aanleg van een jachthaven die wordt bestreden. Alhoewel de toets niet negatief uitvalt voor appellanten is het verschil van toetsing wel aardig om eens onder elkaar te zetten.

De Afdeling overweegt met betrekking tot het belanghebbende begrip dat een natuurlijk persoon een voldoende objectief en actueel, eigen, persoonlijk belang te hebben dat hem in voldoende mate onderscheidt van anderen en dat rechtstreeks wordt geraakt door het bestreden besluit. In dit geval gaat het om eigenaren van appartementen. De afstand van dit appartementencomplex tot de locatie van de beoogde jachthaven bedraagt ongeveer 200 meter. Van deze afstand in relatie tot de omvang van de activiteit waarvoor de vergunning is verleend, acht de Afdeling het voldoende aannemelijk dat deze mogelijk nadelige gevolgen zal kunnen hebben ter plaatse van de appartementen. Daarnaast bestaat vanuit sommige appartementen ook zicht op de haven.

Bij het beginsel van relativiteit gaat het erom dat de belangen van omwonenden bij het behoud van een goede kwaliteit van hun leefomgeving, waarvan een Natura 2000-gebied deel uitmaakt, zo verweven zijn met de algemene belangen die de Nbw beoogt te beschermen, dat niet kan worden geoordeeld dat de betrokken normen van de Nbw kennelijk niet strekken tot bescherming van hun belangen.

Het appartementencomplex bevindt zich op ongeveer 440 meter afstand van de gronden die behoren tot het Natura 2000-gebied “Zwin & Kievittepolder”. De Afdeling acht van belang dat vanuit een van de appartementen zicht bestaat op dit gebied. Ook gebruikt één van de appellanten het appartement als tweede woning, waardoor het toch deel uitmaakt van de leefomgeving.

In dit geval zijn de belangen bij het behoud van een goede kwaliteit van hun leefomgeving, waarvan het Natura 2000-gebied “Zwin & Kievittepolder” deel uitmaakt, dan ook zo verweven met de algemene belangen die de Nbw 1998 beoogt te beschermen, dat niet kan worden geoordeeld dat de betrokken normen van de Nbw 1998 kennelijk niet strekken tot bescherming van hun belangen.”

De vraag speelt ook of de VvE als belanghebbende kan worden aangemerkt. De Afdeling verwijst naar vaste rechtspraak (nr. 2005057730/1 op basis waarvan een belangenorganisatie die voor het belang van haar leden opkomt voor een collectief belang, tenzij het tegendeel blijkt. Een VvE komt uit haar aard op voor de gemeenschappelijke belangen van de eigenaars. Om die reden zijn de belangen van de VvE ook rechtsreeks bij het bestreden besluit betrokken.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Susan.


Sluit je aan bij de
800+ abonnees 
en schrijf je in voor de
wekelijkse Omgevingsflits:

Volg ons:

© SAM advocaten. powered by Webconfetti.