Uitvoerbaarheid omgevingsvergunning en Natuurbeschermingswet 1998

In de uitspraak van de AbRvS van 30 juli 2014, nr. 201306835/1/A1 staat centraal een gecoördineerde omgevingsvergunning voor het realiseren van een Oostelijke Rondweg te Nunspeet. Deze vergunning heeft (onder meer) betrekking op de activiteiten bouwen en het gebruiken van gronden in strijd met bestemmingsplannen.

Voorafgaand aan het indienen van de aanvraag om omgevingsvergunning is een vergunning als bedoeld in artikel 19d van de Nbw 1998 aangevraagd. In beroep is gesteld dat deze vergunning onherroepelijk dient te zijn voordat de omgevingsvergunning kan worden verleend. De AbRvS oordeelt dat de procedures met betrekking tot de omgevingsvergunning en met betrekking tot de vergunning op grond van de Nbw 1998, afzonderlijke procedures zijn. De vraag of de voor de uitvoering van het project benodigde vergunning op grond van de Nbw 1998 kan worden verleend, komt aan de orde in een eventueel te voeren procedure op grond van de Nbw 1998. Het is dus niet vereist dat die vergunning voorafgaand aan het verlenen van de omgevingsvergunning is verleend en onherroepelijk is.

Verder wordt in deze beroepsprocedure betoogd dat de Nbw 1998 op voorhand aan de uitvoerbaarheid van het project in de weg staat. Hiertoe wordt naar voren gebracht dat in de omgevingsvergunning ten onrechte niet is voorzien in compensatie van de aantasting van het Natura 2000-gebied.

De AbRvS oordeelt dat het college zich op het standpunt mocht stellen dat de Nbw 1998 niet op voorhand aan de uitvoerbaarheid van het project in de weg stond. Daarbij wordt overwogen dat in de ruimtelijke onderbouwing is vermeld dat onderzoek is gedaan naar de vraag of de voorziene rondweg mogelijk significant verstorende of verslechterende effecten heeft op de instandhoudingsdoelen van de betreffende Natura 2000-gebieden. In het rapport wordt geconcludeerd dat het realiseren van de rondweg met de uitvoering van de voorgestelde mitigerende maatregelen geen significant verstorende of verslechterende effecten heeft op de instandhoudingsdoelen van de Natura 2000-gebieden en de beschermde nabijgelegen natuurmonumenten. Gelet op de uitkomst van dit rapport mocht het college ervan uitgaan dat vergunning op grond van de Nbw 1998 zou worden verleend.

In deze zaak is tegen inmiddels de verleende Nbw 1998 vergunning beroep ingesteld. Op dit beroep is nog geen uitspraak gedaan. In dit beroep is naar voren gebracht dat de zogenaamde ADC-criteria aan de orde zijn (vergelijk het op 15 mei 2014 verschenen arrest van het Hof van Justitie (Zaak C-521/12, T.C. Briels e.a. tegen de Minister van Infrastructuur en Milieu: zie omgevingsflits (1)).


Sluit je aan bij de
800+ abonnees 
en schrijf je in voor de
wekelijkse Omgevingsflits:

Volg ons:

© SAM advocaten. powered by Webconfetti.