Termijn indiening aanvullend beroepschrift: verzend- en ontvangsttheorie

Niet nieuw, maar altijd goed om even in herinnering te brengen zijn de overwegingen van de AbRvS in de uitspraak van 13 augustus 2014, nr. 201401655/1/A4, over de termijn voor indiening van de gronden.  Het college van B&W van de gemeente Berkelland had een pro forma hoger beroepschrift ingediend bij de AbRvS. Vervolgens wordt het college een termijn gesteld tot en met 26 maart 2014 voor de indiening van de gronden. De gronden worden vervolgens bij brief van 26 maart 2014 aan de AbRvS toegestuurd, alwaar ze op 27 maart 2014 arriveren. Derde-belanghebbende stellen zich vervolgens op het standpunt dat de gronden té laat zijn ingediend, omdat zij buiten de termijn door de AbRvS zijn ontvangen. De AbRvS gaat hierin niet mee. Onder verwijzing naar artikel 6:9, tweede lid van de Algemene wet bestuursrecht oordeelt de AbRvS dat het beroepschrift tijdig is ontvangen indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd en binnen een week na het verstrijken van de termijn is ontvangen. Deze bepaling geldt derhalve niet alleen voor het initiële (pro forma) beroepschrift, maar ook voor het aanvullend beroepschrift.


Sluit je aan bij de
800+ abonnees 
en schrijf je in voor de
wekelijkse Omgevingsflits:

Volg ons:

© SAM advocaten. powered by Webconfetti.