Spoorhoekse lijn mag worden verlengd

27 augustus 2018
AbRvS 22 augustus 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2727. Bij besluit van 23 februari 2017 heeft de raad van de gemeente Rotterdam het bestemmingsplan “Hoek van Holland Spoorverlenging” vastgesteld. Het plan voorziet in de verlenging van het tracé van de spoorverbinding die bekend staat als de Hoekse Lijn tot op korte afstand van het strand in Hoek van Holland en de bouw van een nieuw eindstation bij het strand. Appellanten zijn omwonenden die aanvoeren dat hun woon- en leefklimaat wordt aangetast. Er wordt onder andere gevreesd voor overlast van de metroverbinding, onder meer door geluid en trillingen. Verder twijfelen appellanten aan nut en noodzaak van de verlenging van de spoorweg.

Volgens de Afdeling heeft de raad zich op grond van het deskundigenbericht in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het plan niet leidt tot onaanvaardbare hinder of schade als gevolg van trillingen. Ook ten aanzien van het geluid heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het plan niet leidt tot een onaanvaardbare (gecumuleerde) geluidbelasting van de woningen van appellanten. Verder hebben appellanten niet aannemelijk gemaakt dat de raad reële alternatieven die beantwoorden aan het doel om de openbaar-vervoerverbinding naar het strand van Hoek van Holland te verbeteren niet of onvoldoende in de besluitvorming zijn betrokken.

Juridisch het signaleren waard lijken voorts nog de overwegingen van de Afdeling over het relativiteitsvereiste. Een appellant betoogt dat het nieuw voorziene station aan het strand onveilig is, omdat het niet is berekend op grote aantallen passagiers. De Afdeling constateert dat het station op ongeveer 400 m van de woning van appellant is voorzien. Gelet op deze afstand beroept [appellant sub 7] zich met het betoog over de veiligheid van het station op een aspect van een goede ruimtelijke ordening dat kennelijk niet strekt tot bescherming van zijn belangen. De Afdeling laat het betoog van appellant daarom op grond van artikel 8:69a Awb inhoudelijk onbesproken. Een ander betoog, van twee appellanten, bespreekt de Afdeling wel inhoudelijk: de gemeenteraad heeft er in redelijkheid van kunnen uitgaan dat de Wet lokaal spoor niet in de weg staat aan de uitvoering van het plan binnen de planperiode. Volgens de Afdeling betekent dit dat buiten bespreking kan blijven of artikel 8:69a Awb in de weg zou staan aan de vernietiging van het plan, zoals de raad heeft aangevoerd.

Toch twee verschillende benaderingen in de toepassing van artikel 8:69a Awb lijkt ons: eerst artikel 8:69a Awb behandelen of eerst inhoudelijk de beroepsgrond bespreken en dan niet inhoudelijk ingaan op artikel 8:69a Awb.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Rob


Sluit je aan bij de
800+ abonnees 
en schrijf je in voor de
wekelijkse Omgevingsflits:

Volg ons:

© SAM advocaten. powered by Webconfetti.