Salderen met stallen die worden gebruikt als opslagruimte

In de uitspraak van de AbRvS van 28 december 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3493 wordt gerefereerd aan de inmiddels bekende uitspraak over externe saldering met stikstof van de Afdeling van 13 november 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1931. In deze uitspraak heeft de Afdeling geoordeeld dat het niet relevant is of tot het moment van intrekking van de vergunning of tot het moment waarop de overeenkomst over de overname van de stikstofemissie wordt gesloten, nog vee aanwezig was op het bedrijf. Wat wél relevant is of de hervatting van het bedrijf mogelijk is zonder dat daarvoor een vergunning op grond van artikel 19d, eerste lid Nbw 98 voor de realisering van een project is vereist.

Uit het dossier van deze zaak blijkt dat de stalruimten van het bedrijf waarmee werd gesaldeerd als opslagruimten voor materiaal en apparatuur werden gebruikt en dat daarvoor veertien aparte opslagruimten waren gecreëerd. In dit geval had het college, naar het oordeel van de Afdeling, moeten beoordelen of tot het moment van intrekken van de milieuvergunning, vee kon worden gehouden overeenkomstig de milieuvergunning. In dat geval is hervatting van het bedrijf mogelijk zonder dat daarvoor een vergunning op grond van artikel 19d is vereist. Deze beoordeling heeft ten onrechte niet plaatsgevonden.

Voor meer informatie over deze zaak kunt u contact opnemen met Susan


Sluit je aan bij de
800+ abonnees 
en schrijf je in voor de
wekelijkse Omgevingsflits:

Volg ons:

© SAM advocaten. powered by Webconfetti.