Relativiteit en belanghebbende concurrent

De gemeenteraad van Venlo heeft het bestemmingsplan “Leisure Center Belfeld” vastgesteld. Dit voorziet in de transformatie van een leisurecenter. Concurrente Taurus Velden B.V. komt tegen het plan op. Zij exploiteert in Velden, eveneens gelegen in de gemeente Venlo, een entertainmentbedrijf. In de uitspraak van de AbRvS van 3 juni 2015, 201404152/1/R1, wordt het beroep van deze concurrent behandeld.

Voor zover Taurus zich verzet tegen de nieuwe solitaire horecavoorziening in het plan, stuit haar betoog af op artikel 8:69a Awb (de zgn. relativiteitseis). Een bestemmingsplan dient niet om concurrentieverhoudingen te regelen.

Waar Taurus zich beroept op de SER-ladder van artikel 3.1.6, lid 2, Bro, volgen genuanceerde overwegingen van de Afdeling over de relativiteitseis. Samengevat strekt de SER-ladder tot bevordering van zorgvuldig ruimte-gebruik, waaronder het voorkomen van onnodig ruimtebeslag, en het voorkomen van onaanvaardbare leegstand, aldus de Afdeling. Voor zover deze bepaling wordt ingeroepen door een concurrent die kwalificeert als belanghebbende omdat zijn onderneming werkzaam is in hetzelfde marktsegment en verzorgingsgebied (zoals hier Taurus), geldt het volgende. Als de concurrent stelt dat het besluit strijdt met artikel 3.1.6, lid 2, Bro dienen daarbij feiten en omstandigheden naar voren te komen die het oordeel rechtvaardigen dat de voorziene ontwikkeling tot een uit oogpunt van een goede ruimtelijke ordening relevante leegstand zal kunnen leiden. In dat geval staat de relativiteitseis niet aan inhoudelijke beoordeling in de weg. In het kader van die beoordeling kan aan de orde komen of het bestreden besluit zodanige leegstandseffecten tot gevolg heeft dat dit tot een uit oogpunt van een goede ruimtelijke ordening onaanvaardbare situatie zal kunnen leiden. Daarbij betrekt de bestuursrechter het oordeel van het betrokken bestuursorgaan over de onaanvaardbaarheid van die leegstandseffecten.

Voor relevante leegstand is onvoldoende dat de voorziene ontwikkeling, die mogelijk wordt gemaakt door een bestemmingsplan of een omgevingsvergunning, leidt of kan leiden tot een verminderde vraag naar producten of diensten en daardoor tot daling van omzet en inkomsten van de eigen onderneming of de betreffende vestiging. Het enkele feit dat de voorziene ontwikkeling kan leiden tot beëindiging van de eigen bedrijfsactiviteiten ter plaatse en daardoor tot leegstand van het in gebruik zijnde bedrijfsgebouw is op zichzelf eveneens onvoldoende om te concluderen dat zich relevante leegstand zal voordoen. Dit kan echter onder omstandigheden anders zijn, bijvoorbeeld indien het bedrijfsgebouw dermate bijzondere bouwkundige dan wel locatie-specifieke eigenschappen heeft, dat andersoortig gebruik – al dan niet door transformatie – niet of onder zeer bezwarende omstandigheden tot de mogelijkheden behoort, hetgeen niet licht zal kunnen worden aangenomen. Voorts zou relevante leegstand zich voor kunnen doen bij leegstand als gevolg van de voorziene ontwikkeling in de omgeving van het bij de concurrent in gebruik zijnde bedrijfspand.

Volgens de Afdeling is weliswaar niet op voorhand uitgesloten dat de met het plan mogelijk gemaakte ontwikkeling kan leiden tot een verminderde vraag en daardoor tot daling van omzet en inkomsten van Taurus. Dat is echter op zichzelf onvoldoende voor het oordeel dat het plan tot een uit oogpunt van een goede ruimtelijke ordening relevante leegstand zal kunnen leiden. Dat is niet anders in het geval de omzetdaling leidt tot beëindiging van haar bedrijfsactiviteiten en daardoor tot leegstand van haar bedrijfsgebouwen. Bijzondere omstandigheden die tot een ander oordeel aanleiding geven, zijn niet gebleken.

De Afdeling oordeelt al met al dat niet is gebleken van feiten of omstandigheden die het oordeel rechtvaardigen dat de voorziene ontwikkeling tot een uit oogpunt van een goede ruimtelijke ordening relevante leegstand zal kunnen leiden. De relativiteitseis staat daarom aan inhoudelijke beoordeling van de beroepsgronden van Taurus over de gestelde strijd met artikel 3.1.6, lid 2, Bro in de weg.

Voor meer informatie over deze uitspraak kunt u contact opnemen met Rob.


Sluit je aan bij de
800+ abonnees 
en schrijf je in voor de
wekelijkse Omgevingsflits:

Volg ons:

© SAM advocaten. powered by Webconfetti.