Referentiesituatie bij een “of/of Nbw vergunning”

In de uitspraak van de AbRvS van 15 juni 2015, ECLI:NL:RVS:2016:1653, heeft het college een aangevraagde Nbw vergunning geweigerd. Het college is zekerheidshalve, gelet op het voorzorgsbeginsel uitgegaan van de vergunde veebezetting uit 2005 met de laagste stikstofemissie. Bij vergelijking met deze stikstofemissie is sprake van een toename van  de aangevraagde stikstofemissie.

Het college verwijst naar de uitspraak van de Afdeling van 13 november 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1891. In deze uitspraak heeft de Afdeling overwogen dat, indien na de referentiedatum een vergunning is verleend voor een activiteit die minder stikstofemissie tot gevolg heeft dan de op de referentiedatum vergunde situatie en voor de exploitatie niet eerder een Nbw vergunning is verleend, de op de referentiesituatie datum vergunde situatie slechts voor een deel onderdeel uitmaakt van de gevraagde situatie. Er moet dus een vergelijking worden gemaakt met de laagst toegestane ammoniakemissie in de periode vanaf de referentiedatum tot de datum van het nemen van het bestreden besluit. Tot zover niets nieuws.

Van belang is dat in deze zaak sprake is van een om 2005 verleende of/of vergunning. Er is sprake van het vergunnen van twee alternatieve veebezettingen, waarbij aanpassing van de twee bestaande stallen niet nodig is voor het omschakelen van de ene naar de andere veebezetting. In de milieuvergunning wordt aan de vergunninghouder de vrije keuze gelaten wat betreft het realiseren van de gewenste veebezetting. Er is hieraan geen beperking gesteld.

Bij de beoordeling van de aangevraagde bedrijfssituatie hoeft in zo’n geval de aan te houden referentiesituatie niet te worden ontleend aan de vergunde veebezetting na de referentiedatum die de laagste stikstofdepositie tot gevolg heeft. Beide alternatieven leiden niet tot een hogere stikstofdepositie dan vóór de referentiedatum is vergund. Ook heeft de realisering van de ene veebezetting niet tot gevolg dat de andere veebezetting van rechtswege komt te vervallen. Of de alternatieve veebezetting met de laagste stikstofdemissie daadwerkelijk is gerealiseerd is daardoor niet relevant. Het weigeringsbesluit wordt wegens strijd met art. 3:2 Awb vernietigd door de Afdeling.

Voor meer informatie over deze uitspraak kunt u contact opnemen met Susan


Sluit je aan bij de
800+ abonnees 
en schrijf je in voor de
wekelijkse Omgevingsflits:

Volg ons:

© SAM advocaten. powered by Webconfetti.