Recht van opstal. In zijn macht overtreding te beëindigen?

11 september 2020

Een last onder dwangsom kan worden opgelegd aan de overtreder (artikel 5:32, lid 1 Awb). Daarbij geldt als vereiste dat die overtreder het wel in zijn macht moet hebben de overtreding te beëindigen. In AbRvS 9 september 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2188, komt dit vereiste aan de orde.

Een partij werd volgens de Afdeling terecht als overtreder aangemerkt van het verbod in een bestemmingsplan om recreatiewoningen te laten gebruiken voor bewoning. Dit omdat deze partij als eigenaar of erfpachter van een deel van de gronden waarop de recreatiewoningen staan en als beheerder van het recreatiepark betrokken was bij de verhuur van recreatiewoningen.

Maar had deze partij het ook in zijn macht om de overtreding te beëindigen? Dat was niet het geval voor alle recreatiewoningen waarop de last onder dwangsom betrekking had. Ten aanzien van een aantal percelen gold dat uit de kadastrale gegevens bleek dat partij geen (bloot) eigenaar was van de gronden en er bovendien een recht van opstal rust bij anderen dan de betrokken partij. Voor één perceel was partij wel eigenaar van de gronden, maar rust het recht van opstal bij anderen.

Voor de percelen waar het recht van opstal niet bij partij rustte, komt de Afdeling in dit geval tot het oordeel dat het college van burgemeester en wethouders er ten onrechte van uit is gegaan dat partij het in zijn macht had de overtreding te beëindigen. Voor wat betreft deze percelen was dan ook volgens de Afdeling ten onrechte een last opgelegd.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Monique


Sluit je aan bij de
800+ abonnees 
en schrijf je in voor de
wekelijkse Omgevingsflits:

Volg ons:

© SAM advocaten. powered by Webconfetti.