Reactieve aanwijzing onvoldoende deugdelijk en daadkrachtig gemotiveerd

10 april 2020

AbRvS 8 april 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:1020). Bij besluit van 10 juli 2018 hebben GS Zuid-Holland de raad Rotterdam een reactieve aanwijzing gegeven als bedoeld in artikel 3.8 lid 6 Wet ruimtelijke ordening omdat het bestemmingsplan “Hoek van Holland – Buitengebied” woningen mogelijk maakt binnen glastuinbouwgebied.

De reactieve aanwijzing is gegeven wegens strijd met artikel 2.1.5 lid 1 Verordening Ruimte 2014 (Verordening). Volgens GS Zuid-Holland zijn burgerwoningen en plattelandswoningen geen glasgerelateerde functies, zodat deze niet zijn toegestaan binnen het glastuinbouwgebied. Op grond van artikel 2.1.5 lid 4 Verordening kan van artikel 2.1.5 lid 1 Verordening worden afgeweken als geen onevenredige aantasting van de omvang en de bruikbaarheid van het glastuinbouwgebied plaatsvindt.

Tussen de raad en GS Zuid-Holland is niet in geschil dat de woningen waarop de reactieve aanwijzing betrekking heeft, staan binnen het glastuinbouwgebied. Volgens de Afdeling hebben GS Zuid-Holland in de reactieve aanwijzing niet per perceel inzichtelijk heeft gemaakt waarom de desbetreffende woning leidt tot een onevenredige aantasting van de omvang en de bruikbaarheid van het glastuinbouwgebied en derhalve wel of niet buiten de reactieve aanwijzing kon worden gehouden. GS Zuid-Holland worden door de Afdeling in de gelegenheid gesteld om alsnog, per perceel waarop de reactieve aanwijzing betrekking heeft, nader te motiveren of sprake is van een onevenredige aantasting van de omvang en bruikbaarheid van het glastuinbouwgebied, dan wel het besluit tot het geven van de reactieve aanwijzing voor dat perceel in te trekken.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Rob


Sluit je aan bij de
800+ abonnees 
en schrijf je in voor de
wekelijkse Omgevingsflits:

Volg ons:

© SAM advocaten. powered by Webconfetti.