Provinciaal beleid in strijd met provinciale verordening

In de uitspraak van de AbRvS 14 oktober 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3165, heeft de raad van de gemeente Zeevang een bestemmingsplan vastgesteld waarin de bouw van maximaal 14 woningen op het voormalige agrarische perceel Warder 52 mogelijk wordt gemaakt door toepassing van de provinciale Ruimte voor Ruimte-regeling bij bedrijfsverplaatsing. Wederom een uitspraak waarin de provinciale verordening de hoofdrol speelt.
Allereerst stelt de Afdeling dat artikel 16, eerste lid, onder a, van de PRV dwingend voorschrijft dat een Ruimte voor Ruimte-regeling voorziet in een vermindering van het bebouwde oppervlak door een netto-afname van bebouwing. Volgens de raad biedt het derde lid de mogelijkheid om nadere regels te stellen, maar, zoals de voorzieningenrechter eerder al had vastgesteld, zie AbRvS 2 juni 2015, nr. 201502849/2/R6, kan dat niet zo ver gaan dat een lagere regeling van deze dwingende bepaling afwijkt. Onderdeel D van de Uitvoeringsregeling 2011 is een dergelijke afwijking. De Afdeling merkt dat op dat voor zover provinciale staten van Noord-Holland van mening was dat artikel 16 van de PRV te beperkend was, het op hun weg had gelegen dat artikel aan te passen. De huidige oplossing, waarbij door het college van gedeputeerde staten een uitvoeringsregeling die verder gaat dan artikel 16, eerste lid, aanhef en onder a, van de PRV is opgesteld, is niet mogelijk. De raad mocht om die reden de Uitvoeringsregeling 2011 niet toepassen bij deze bedrijfsverplaatsing en dus moet er sprake zijn van een netto afname van bebouwing. Vervolgens onderzoekt de Afdeling of het plan leidt tot een vermindering van het bebouwde oppervlak door een netto-afname van bebouwing. Dat is niet het geval. Daarom geeft de Afdeling de raad in een tussenuitspraak de opdracht om inzichtelijk te maken dat het plan leidt tot een maximaal bebouwde oppervlakte kleiner dan de gezamenlijke oppervlakte van de voorheen aanwezige agrarische bebouwing, dan wel het plan aan te passen zodat het leidt tot een vermindering van het bebouwde oppervlak door een netto-afname van bebouwing als bedoeld in artikel 16, eerste lid, onder a, van de PRV.

Voor meer informatie over deze uitspraak kunt u contact opnemen met Janike


Sluit je aan bij de
800+ abonnees 
en schrijf je in voor de
wekelijkse Omgevingsflits:

Volg ons:

© SAM advocaten. powered by Webconfetti.