Planschade: overgangsrecht en NMR

De gemeenteraad van Deurne had in het (oude) bestemmingsplan een woning als noodwoning aangemerkt, waarvoor ‘beperkt overgangsrecht’ gold. Dit overgangsrecht hield in dat de woning niet mocht worden verbouwd of vernieuwd, tenzij er sprake was van een calamiteit. In het (nieuwe) bestemmingsplan Buitengebied is de woning onder het persoonsgebonden overgangsrecht gebracht. De eigenaar van de woning heeft een verzoek ingediend om tegemoetkoming in de planschade, omdat het persoonsgebonden overgangsrecht voor hem nadeliger is dan het beperkte overgangsrecht onder het oude bestemmingsplan. Dit verzoek is afgewezen en dit besluit is door de rechtbank in stand gelaten.

In de procedure bij de AbRvS zijn procespartijen het erover eens dat de verzoeker in een nadelige planologische positie is komen te verkeren door de inwerkingtreding van het nieuwe bestemmingsplan. Partijen zijn wel verdeeld over toepassing van het normaal maatschappelijk risico (NMR).

De Afdeling overweegt dat het feit dat de woning onder het oude regime onder ‘beperkt overgangsrecht’ viel, niet betekent dat het in de lijn der verwachtingen lag dat de woning onder persoonsgebonden overgangsrecht zou worden gebracht. Volgens de Afdeling lag het, gelet op haar jurisprudentie (o.m. de uitspraak van 26 september 2012, nr. ECLI:NL:RVS:2012:BX8305) veeleer in de lijn der verwachtingen dat in het nieuwe bestemmingsplan een zogenoemde uitsterfregeling zou worden opgenomen. Een uitsterfregeling is niet persoonsgebonden en biedt volgens de Afdeling meer zekerheid voor de eigenaar (verwezen wordt naar de uitspraak van 7 mei 2014, nr. ECLI:NL:RVS:2014:1689).

De Afdeling concludeert dat het college van B&W onvoldoende heeft gemotiveerd dat de ontwikkeling in de lijn der verwachtingen lag. Dit betekent volgens de Afdeling echter nog niet, dat de gevolgen in het geheel niet onder het NMR vallen. Voor het antwoord op die vraag komt tevens betekenis toe aan de vraag of de schade onevenredig is in verhouding tot de waarde van de onroerende zaak. Ook hieraan is door het college ten onrechte geen aandacht besteed.

Er volgt vernietiging van zowel de uitspraak van de rechtbank als het besluit van het college; het college wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak (AbRvS 2 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:526 en 529).

Voor meer informatie over deze uitspraak kunt u contact opnemen met Ineke 


Sluit je aan bij de
800+ abonnees 
en schrijf je in voor de
wekelijkse Omgevingsflits:

Volg ons:

© SAM advocaten. powered by Webconfetti.