Planschade in relatie tot Natuurschoonwet 1928 en Boswet

In de uitspraak van de AbRvS van 5 augustus 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2468, stelt appellante zich op het standpunt dat aan haar ten onrechte geen tegemoetkoming in geleden planschade is toegekend. Het gaat om een perceel dat in het oude planologische regime een agrarische bestemming had, waarvan de bestemming is gewijzigd in een bestemming ‘natuur’. Appellante bestrijdt de juistheid van het advies van SAOZ waarin de waarde van het perceel is bepaald en waarbij rekening is gehouden met de wettelijke beperkingen van de Natuurschoonwet 1928 en de Boswet. De conclusie is dat er geen sprake is van waardevermindering.

De Afdeling acht het niet aannemelijk dat, gelet op de eerder op het perceel rustende beperkingen ingevolge de Boswet en de Natuurschoonwet 1928, een agrarisch gebruik met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid was uitgesloten.

Wél heeft SAOZ, naar het oordeel van de Afdeling voldoende inzichtelijk gemaakt dat deze beperkingen de waarde van het perceel aantasten. Vanwege de beperkingen van de genoemde wetten zou een redelijk denkend en handelend koper het perceel onder het oude bestemmingsplan niet hebben willen verwerven met het oog op de agrarische doeleinden. Appellante heeft de juistheid van het rapport overigens niet met een rapport van een andere deskundige bestreden en het bestreden besluit blijft in stand.

De Afdeling spreekt in deze uitspraak (waarschijnlijk) per abuis over de Natuurbeschermingswet 1928. Wij gaan ervan uit dat de Afdeling de Natuurschoonwet 1928 heeft bedoeld.

In de uitspraak van de AbRvS van 5 augustus 2015, nr. ECLI:NL:RVS:2015:2465, gaat het overigens wél om een planschadezaak waar (ook) een relatie wordt gelegd met de Nbw 1998. In deze zaak wordt onder meer de vraag beantwoord of het terecht is dat Pesch Overheidsadvies de mogelijkheid van een vestiging van een melkveehouderij had betrokken in het planschadeadvies. De Afdeling acht het, gelet op de bevindingen van de ingeschakelde StAB niet uitgesloten dat ten behoeve van een Nbw-98-vergunning die benodigd zou zijn geweest, saldering zou zijn toegepast waardoor de stikstofdepositie op het maatgevende habitattype gelijk zou zijn gebleven. Een Nbw-98-vergunning zou in dat geval afgegeven kunnen worden.

Voor meer informatie over deze zaken kunt u contact opnemen met Susan


Sluit je aan bij de
800+ abonnees 
en schrijf je in voor de
wekelijkse Omgevingsflits:

Volg ons:

© SAM advocaten. powered by Webconfetti.