Persoonsgebonden overgangsrecht

In de uitspraak van  AbRvS 5 oktober 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2628, inzake het bestemmingsplan Plassengebied van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk komt de vraag aan de orde of  een recreatiewoning terecht een permanente bestemming is onthouden. De woning wordt volgens appellante sinds 1987 permanent bewoond. Appellante stond in eerste instantie niet in de gemeentelijke basisadministratie (hierna: GBA) ingeschreven op dit adres, omdat zij wist dat het destijds geldende bestemmingsplan permanente bewoning niet toestond. Nadat haar echtgenoot in 1992 een ongeluk kreeg en ernstig hersenletsel had opgelopen, heeft zij besloten zich wel in te schrijven in de GBA. De echtgenoot van appellante heeft in 1993 op medische gronden een persoonsgebonden gedoogbeschikking ontvangen. Nadien is gebleken dat appellante voor een objectgebonden beschikking en een bestemming die permanente bewoning toelaat in aanmerking kwam. De situatie voldeed aan de criteria die de raad daarvoor in 1992 hanteerde. De raad stelt dat deze laatste conclusie niet klopt en bovendien de legalisering van de permanente bewoning van zomerwoningen eenmalig heeft plaatsgevonden bij de vaststelling van het vorige plan in 1998. Daartegen is appellante niet opgekomen. Inmiddels is de echtgenoot van appellante overleden, waardoor ook de persoonlijke gedoogbeschikking is komen te vervallen.

De Afdeling stelt dat het op zich niet onaannemelijk is dat de woning sinds 1987 door appellante permanent wordt bewoond. Dit gebruik is verboden in het voorliggende plan en het voorheen geldende plan stond dit evenmin toe. Aan gebruik in strijd met een geldende bestemming kunnen in beginsel geen gerechtvaardigde rechten en verwachtingen worden ontleend dat het gebruik als zodanig wordt bestemd, ook al vindt dat gebruik gedurende reeds lange tijd plaats, zoals hier aan de orde. Desondanks vindt de Afdeling dat de raad had moeten overwegen of appellante in aanmerking komt voor persoonsgebonden overgangsrecht, de reden daarvoor is de volgende. Artikel 3.2.3 van het Bro biedt de mogelijkheid om voor een of meer natuurlijke personen persoonsgebonden overgangsrecht op te nemen. Dat kan in gevallen waarin het bestaande gebruik, gelet op artikel 3.2.2, vierde lid, niet onder de werking van het algemene overgangsrecht zou vallen en handhavend optreden tot een onbillijkheid van overwegende aard als bedoeld in artikel 3.2.3 zou leiden. De Afdeling overweegt dat het gebruik van de zomerwoning voor permanente bewoning niet onder het overgangsrecht van het vorige plan en het bestemmingsplan Plassengebied valt. De raad heeft tijdens de zitting gemeld dat niet handhavend zal worden opgetreden tegen de permanente bewoning. Omdat appellante in de woning wil blijven wonen en de raad niet voornemens is hiertegen handhavend op te treden, heeft de raad niet aannemelijk gemaakt dat het gebruik voor permanente bewoning tijdens de planperiode zal worden gestaakt.

Voor meer informatie over deze uitspraak kunt u contact opnemen met Janike


Sluit je aan bij de
800+ abonnees 
en schrijf je in voor de
wekelijkse Omgevingsflits:

Volg ons:

© SAM advocaten. powered by Webconfetti.