Persoonsgebonden overgangsrecht in bestemmingsplan

In de uitspraak van de AbRvS van 18 januari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:126, betoogt appellant dat zijn verzoek om geen persoonsgebonden overgangsrecht in het bestemmingsplan op te nemen ten onrechte is afgewezen. De bewoning door appellant met zijn gezin van een in tweeën gesplitste boerderij was namelijk in strijd met het voorheen geldende bestemmingsplan en viel niet onder het gebruiksovergangsrecht.

Volgens de raad is er in de eerste plaats geen sprake van een onbillijkheid van overwegende aard als bedoeld in artikel 3.2.3 van het Besluit ruimtelijke ordening; deze bepaling regelt het persoonsgebonden overgangsrecht. Bovendien was een woningsplitsing alleen mogelijk als het gaat om een in stand te houden monument. Dat was hier niet het geval. Ook heeft het gemeentebestuur verklaard dat het niet zal optreden omdat de bewoning van het pand door een ouder echtpaar en hun zoon gezien kan worden als een vorm van mantelzorg en tot slot wijst de raad op de regeling voor vergunningvrij realiseren van mantelzorgwoningen in het Besluit omgevingsrecht.

De Afdeling oordeelt dat niet duidelijk is of wel van de regeling voor vergunningvrij realiseren van mantelzorgwoningen gebruik kan worden gemaakt en dat de raad onder deze omstandigheden de keuze om voor de bewoning van de gesplitste boerderij geen regeling op te nemen in het plan onvoldoende heeft gemotiveerd.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Rob


Sluit je aan bij de
800+ abonnees 
en schrijf je in voor de
wekelijkse Omgevingsflits:

Volg ons:

© SAM advocaten. powered by Webconfetti.