Skip to main content

Permanente bewoning niet aangetoond

De uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 10 mei 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1842, laat zien dat het niet eenvoudig is om voldoende aan te tonen dat sprake is van permanente bewoning van een recreatiewoning. Interessant is daarbij dat de Afdeling beoordeelt of de verschillende bewijsmiddelen zowel afzonderlijk als in samenhang de conclusie kunnen dragen dat de recreatiewoning zodanig intensief wordt gebruikt, dat sprake is van permanente bewoning van de recreatiewoning. De afzonderlijke bewijsmiddelen betreffen controlerapporten, de website van een bedrijf (gevestigd volgens die website op het adres van de recreatiewoning), Facebookberichten, locatie van de auto en een inschrijving in BRP op een ander adres. Wanneer men redenering over de afzonderlijke bewijsmiddelen leest, dan is goed te begrijpen dat die afzonderlijke middelen niet zelfstandig de conclusie kunnen rechtvaardigen dat er sprake is van permanente bewoning. Maar de middelen in onderlinge samenhang bezien, zouden toch ook wel het beeld kunnen geven dat ‘toeval niet bestaat’ en het dus wel aannemelijk is dat er sprake is van permanente bewoning. Maar dat is dus blijkens deze uitspraak niet voldoende. Goed dus om te realiseren dat de bewijslast hoog is.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Monique