Parkeernormen in bplan: overeenkomst onvoldoende

In de uitspraak van 9 september 2015 (201500802/1) wijdt de Afdeling een interessante overweging aan de vraag of parkeernormen in bestemmingsplan moeten worde opgenomen. Appellant heeft aangevoerd dat ten onrechte geen parkeernormen zijn opgenomen in het bestemmingsplan. De Afdeling overweegt het volgende. Met de aan de orde zijnde bestemmingsplanwijziging voor het plangebied hebben de stedenbouwkundige bepalingen uit de bouwverordening voor het plangebied hun gelding verloren. Dit is het gevolg van de per 29 november 2014 in werking getreden Reparatiewet Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 2014. Dit brengt met zich dat parkeernormen in het plangebied niet meer kunnen worden afgedwongen bij de verlening van een omgevingsvergunning voor bouwen, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, Wabo op grond van stedenbouwkundige bepalingen uit de bouwverordening. Ter zitting heeft de raad desgevraagd toegelicht dat hij de opname van parkeernormen in het bestemmingsplan desondanks niet noodzakelijk acht, omdat het gemeentebestuur en het bouwbedrijf door middel van een anterieure overeenkomst met een kettingbeding hebben vastgelegd dat een parkeerdek met 54 parkeerplaatsen zal worden gerealiseerd in het plangebied. Wat hier ook van zij, – aldus de Afdeling -de aanleg van het parkeerdek is niet in het bestemmingsplan gewaarborgd, zodat de aanleg daarvan niet op grond van de planregels kan worden afgedwongen. Nu uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat de raad de aanleg van een parkeerdek met in ieder geval 50 parkeerplaatsen wel noodzakelijk acht met het oog op de ruimtelijke aanvaardbaarheid van het plan heeft de raad de aanleg daarvan ten onrechte niet in het plan gewaarborgd. Het betoog van appellant slaagt derhalve.

Voor meer informatie over deze uitspraak kunt u contact opnemen met Eelco


Sluit je aan bij de
800+ abonnees 
en schrijf je in voor de
wekelijkse Omgevingsflits:

Volg ons:

© SAM advocaten. powered by Webconfetti.