Onderbouwing geen concreet zicht op legalisatie hersteld

onderbouwing geen concreet zicht op legalisatie hersteld

 

In de uitspraak van  de AbRvS van 31 december 2014, nr. 201402553/1/A1 staat een besluit tot oplegging en invordering van een last onder dwangsom ter discussie. Het college ging over tot handhaving ten aanzien van een door een agrariër zonder omgevingsvergunning aangelegde toegangsweg naar zijn perceel voor het winnen van hooi. De agrariër komt hiertegen op. Vaststaat dat de aanleg van het pad in strijd was met de ter plaatse geldende planregels, zodat het college bevoegd werd geacht tot handhaving.

 

In eerste aanleg blijkt dat het college ook nooit van plan was een omgevingsvergunning voor het pad te verlenen: het pad werd slechts hobbymatig gebruikt en de ruimtelijke uitstraling ervan stond het college niet aan. De rechtbank acht dit echter geen reden om niet te onderzoeken of een omgevingsvergunning had kunnen worden verleend en draagt het college op een nieuw besluit te nemen. Daartegen gaat het college op haar beurt in hoger beroep.

 

De Afdeling stelt voorop dat de rechtbank het besluit terecht heeft vernietigd, zij het op onjuiste grond. Volgens de Afdeling zou de grond moeten zijn dat het college ten onrechte niet is ingegaan op de vraag of concreet zicht op legalisering bestond.

 

De Afdeling wijst er vervolgens op dat het college in hoger beroep alsnog heeft gemotiveerd waarom geen sprake was van concreet zicht op legalisering, zodat moet worden onderzocht of het gebrek is hersteld en de rechtsgevolgen alsnog in stand kunnen worden gelaten. Het college heeft in hoger beroep toegelicht dat het pad leidt tot een onveilige verkeerssituatie en dat dit onwenselijk is. Door handhavend op te treden, beoogt het college bovendien precedentenwerking te voorkomen. Deze motivering, en de ontoereikende bestrijding daarvan door de agrariër, acht de Afdeling voldoende om alsnog aan te nemen dat het college ervan uit mocht gaan dat geen concreet zicht op legalisering bestond. Daarmee wordt de rechtbankuitspraak bevestigd, worden de rechtsgevolgen in stand gelaten en moet de agrariër genoegen nemen met een vergoeding van zijn proceskosten.

 

Voor meer informatie over deze uitspraak kunt u contact opnemen met Monique.


Sluit je aan bij de
800+ abonnees 
en schrijf je in voor de
wekelijkse Omgevingsflits:

Volg ons:

© SAM advocaten. powered by Webconfetti.