Normaal maatschappelijk risico: aard en omvang van de schade toch relevant?

24 januari 2020

De uitspraak van de AbRvS van 22 januari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:214, is interessant ten aanzien van de overweging over het normaal maatschappelijk risico (NMR). De gemeenteraad van Eijsden – Margraten heeft een bestemmingsplan vastgesteld, dat het mogelijk maakt om een groot vlonderterras bij een café aan te leggen. De eigenaren van nabijgelegen woningen dienen een verzoek om een tegemoetkoming in de schade in. De schade wordt door het college van B&W vastgesteld op een bedragen tussen de € 30.000 en € 40.000,- en het NMR wordt vastgesteld op 2%. Naar aanleiding van het beroep van de exploitant van het café is het NMR bijgesteld naar 4%. In hoger beroep bij de AbRvS wordt onder meer gestreden over de omvang van het NMR.

De AbRvS oordeelt dat in dit geval de aard en omvang van de schade betrokken moeten worden bij het bepalen van de hoogte van het NMR (zie rechtsoverweging 8.4). Deze overweging is bijzonder omdat hij lijkt af te wijken van eerdere uitspraken van de AbRvS. In de uitspraak van 1 mei 2019 overwoog de AbRvS dat de aard en omvang van de schade een aspect is dat geen zelfstandige betekenis toekomt bij de bepaling van de omvang van het normaal maatschappelijk risico (ECLI:NL:RVS:2019:1436).

De aard en omvang van de schade kunnen volgens de AbRvS alleen een rol spelen bij het antwoord op de vraag of de ontwikkeling een normale maatschappelijke ontwikkeling betreft, die in de lijn der verwachting lag. In de uitspraak van 22 januari 2020 lijkt de AbRvS, anders dan in de eerdere uitspraken, wel zelfstandige betekenis toe te kennen aan het aspect ‘aard en omvang van de schade’.

Voor meer informatie over deze uitspraak kunt u contact opnemen met Ineke


Sluit je aan bij de
800+ abonnees 
en schrijf je in voor de
wekelijkse Omgevingsflits:

Volg ons:

© SAM advocaten. powered by Webconfetti.