Nieuwe Bor, oorspronkelijk hoofdgebouw

Voor zover wij hebben kunnen nagaan, heeft de AbRvS op 17 juni 2015 voor de tweede keer een uitspraak waarin de nieuwe regeling voor het vergunningvrije bouwen een rol speelt,. De eerste uitspraak is gewezen op 10 april 2015, nr. 201501282/1/A1 en 201501282/2/A1.

Onderwerp van geschil in deze uitspraak, AbRvS van 17 juni 2015, nr. 201407723/1/A1, is een omgevingsvergunning die is verleend voor een vrijstaande berging in Doorn (Utrechtse Heuvelrug). In hoger beroep stelt het college dat het belang van appellant is vervallen doordat per 1 november 2014 het Besluit van 4 september 2014 (Stb 2014, 333) over onder meer vergunningvrij bouwen in werking is getreden. Volgens het college hoeft voor het oprichten van de berging geen vergunning te worden verleend. In de berekening van de totale oppervlakte aan vergunningvrije bouwwerken, heeft het college een in 2001 vergunde en gerealiseerde aanbouw van ongeveer 62 m² niet meegenomen. De reden daarvoor is dat de aanbouw integraal onderdeel uitmaakt van de woning en de woning inclusief de aanbouw als oorspronkelijk hoofdgebouw dient te worden aangemerkt.

De Afdeling is, niet verrassend, een andere mening toegedaan. De Afdeling stelt dat ook de oppervlakte van de in 2001 vergunde en gerealiseerde aanbouw dient te worden meegeteld bij het bepalen van de totale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken op het perceel, zie ook AbRvS van 11 juni 2014, nr. 201309842/1/A1. Vastgesteld wordt dat volgens de nota van toelichting op het Bor (Stb. 2010, 143, blz. 136) het oorspronkelijke hoofdgebouw in de zin van deze regeling het hoofdgebouw is zoals dat ten tijde van de afronding van de bouwwerkzaamheden, overeenkomstig de voor het hoofdgebouw verleende vergunning, is opgeleverd. Dat, zoals in dit geval, na de oplevering ingrijpende verbouwingswerkzaamheden hebben plaatsgevonden, waarbij delen van de woning zijn afgebroken, de woning is verhoogd, een aanbouw is geplaatst en de indeling van de woning belangrijk is gewijzigd, is wat de Afdeling betreft niet relevant. Daarmee is geen nieuw opgericht gebouw ontstaan. Vervolgens geeft de Afdeling een interessante toevoeging. De Afdeling stelt dat de aangebrachte wijzigingen er niet toe hebben geleid dat er een wezenlijk ander gebouw is ontstaan. Blijkbaar kan een latere toegevoegde uitbouw in dat geval wel onderdeel van het oorspronkelijk hoofdgebouw worden.

Voor meer informatie over deze uitspraak kunt u contact opnemen met Janike


Sluit je aan bij de
800+ abonnees 
en schrijf je in voor de
wekelijkse Omgevingsflits:

Volg ons:

© SAM advocaten. powered by Webconfetti.