Milieunormen en concreet initiatief in bestemmingsplan

De lange uitspraak over het bestemmingsplan buitengebied Texel 2013 van 15 april 2015, nr. 201309926/1/R1 is om meerdere redenen lezenswaardig.

Allereerst heeft de gemeenteraad het aantal recreatie-verblijven op Texel in het bestemmingsplan vastgelegd. Een groot aantal horeca-gelegenheden probeert tevergeefs met verschillende argumenten om de aan hen toegekende aantallen kamers of appartementen te verruimen. Een aantal probeert een interessante truc uit. Zij hebben hangende de bestemmingsplanprocedure een aanvraag ingediend voor het verruimen van hun horeca-gelegenheid. Daarbij beogen zij gebruik te maken van de jurisprudentie-lijn die, kort gezegd, inhoudt dat gemeenteraden in bestemmingsplanprocedures de aanvaardbaarheid moeten beoordelen van voldoende concrete initiatieven die tijdig kenbaar zijn gemaakt en waarvan ten tijde van de vaststelling van het plan de ruimtelijke aanvaardbaarheid kon worden beoordeeld.

In deze uitspraak wordt niet duidelijk op welk moment in de procedure de aanvragen zijn ingediend. Maar dat is ook niet relevant. De discussie in deze uitspraak gaat over wie het onderzoek waarmee de ruimtelijke aanvaardbaarheid van het initiatief moet worden beoordeeld, moet opstellen. Als een initiatief is ingediend, waarbij onvoldoende onderzoek is gevoegd, moet de gemeenteraad tijdig stukken opvragen. Laat de gemeenteraad dat na dan rust de verplichting om dergelijk onderzoek uit te voeren bij de gemeenteraad.

Blijkbaar kent de gemeente Texel deze jurisprudentielijn ook. Zij hebben tijdig aan de initiatiefnemers gemeld dat bij de aanvraag onvoldoende gegevens zijn gevoegd om de bouwplannen planologisch en technisch goed te kunnen beoordelen. Vervolgens hebben de initiatiefnemers geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om de ontbrekende stukken alsnog aan te vullen. De Afdeling is duidelijk, in dat geval hoeft de gemeenteraad deze aanvragen niet bij het bestemmingsplan te betrekken.

Een andere interessante discussie gaat over de planregeling voor een biovergistingsinstallatie. In de planregeling zijn vergaande voorwaarden opgenomen. Bijvoorbeeld een herkomstbepaling voor de te vergisten producten, deze moeten van Texel afkomstig zijn. Verder is opgenomen dat de exploitatie van biovergisters mag niet leiden tot toename van de aanvoer van mest/co-substraten naar Texel. De Afdeling neemt de ruimtelijke relevantie van deze bepalingen en daarmee de aanvaardbaarheid van deze voorschriften zonder nadere motivering aan.

Voor meer informatie over deze uitspraak kunt u contact opnemen met Janike.


Sluit je aan bij de
800+ abonnees 
en schrijf je in voor de
wekelijkse Omgevingsflits:

Volg ons:

© SAM advocaten. powered by Webconfetti.