Melkgeitenhouderij. Geurverordening en bestemmingsplan. Gezondheid en bestemmingsplan

AbRvS 29 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1854. Bestemmingsplaan “Paterslaan De Rips” gemeenteraad Gemert-Bakel.

Het plan maakt 43 woningen mogelijk. Een melkgeitenhouderij stelt beroep in. Zij vreest door het plan te worden beperkt in haar uitbreidingsmogelijkheden.

Het plangebied ligt in een concentratiegebied als bedoeld in artikel 1 Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) en ligt na verwezenlijking van het plan binnen de bebouwde kom. Op grond van artikel 6, lid 1, onder a, Wgv heeft de raad een geurverordening met afwijkende geurnormen vastgesteld. De raad heeft ook een Beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geurhinder gemeente Gemert-Bakel 2013 (“Beleidsregel”) vastgesteld. Ingevolge artikel 2 Beleidsregel wordt bij het beoordelen van ruimtelijke initiatieven en plannen als vertaling van het criterium “een aanvaardbaar woon- en leefklimaat” voor het aspect cumulatieve geurhinder uit stallen van veehouderijen – de achtergrondbelasting – een aantal nader genoemde waarden gehanteerd als toetswaarden.

Na vaststelling van het hier bestreden bestemmingsplan concludeert Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant dat het plan geen belemmering oplevert voor de bedrijfsvoering van de melkgeitenhouderij, omdat andere geurgevoelige objecten eerder maatgevend zijn voor de uitbreidingsmogelijkheden dan de in het plan voorziene woningen. Daarnaast is de hoogst berekende voorgrondbelasting op het plangebied als gevolg van de melkgeitenhouderij minder dan 1,5 ouE/m3. Noch overschrijding noch “onderschrijding” van de voor veehouderijen toepasselijke individuele geurnorm leidt automatisch tot een conclusie met betrekking tot een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, aldus geparafraseerd de Afdeling (onder verwijzing naar ECLI:NL:RVS:2010:BK8369). Maar voor- en achtergrondbelasting voldoen hier aan de normen uit de geurverordening. De raad mocht zich al met al volgens de Afdeling op het standpunt dat het plan niet leidt tot onaanvaardbare geurhinder in het plangebied. Details zie uitspraak.

Volgens de melkgeitenhouderij zal bij de voorziene woningen een onaanvaardbaar gezondheidsrisico bestaan vanwege de omliggende veehouderijen. Zij vreest voor beperking in haar uitbreidingsmogelijkheden. Zij verwijst daarbij naar Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0. Aspecten van volksgezondheid vormen volgens de Afdeling een mee te wegen belang. De bestrijding van besmettelijke dierenziekten vindt zijn regeling primair in andere regelgeving. Voorts kunnen aan te verlenen omgevingsvergunningen voorschriften worden verbonden om de gevolgen voor de volksgezondheid te voorkomen dan wel te beperken.

Hieruit volgt dat de mogelijke besmetting met dierziekten een ruimtelijk relevant belang is. Voorts volgt uit het voorgaande dat de Wro in dit kader een aanvullend karakter heeft, waarbij het aan de raad is op welke wijze hij de gevolgen voor de gezondheid betrekt (vgl. ECLI:NL:RVS:2020:2391). Hoe pakt dat hier uit? Volgens de plantoelichting bestaat voor het beoordelen van het aspect volksgezondheid in relatie tot veehouderijen geen landelijk geldend toetsingskader. De toelichting verwijst naar de Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0. Aan de hand daarvan is door De Roever Omgevingsrecht de “Notitie Volksgezondheid I.R.T. Veehouderijen. Paterslaan De Rips” opgesteld. Voor de details is hier opnieuw geen ruimte, maar volgens de Afdeling heeft de raad de gevolgen wat betreft het aspect gezondheid voldoende in kaart gebracht en het besluit in dit opzicht van een deugdelijke motivering voorzien.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Rob


Sluit je aan bij de
800+ abonnees 
en schrijf je in voor de
wekelijkse Omgevingsflits:

Volg ons:

© SAM advocaten. powered by Webconfetti.